Hoofdstuk 13 (pag. 137 - 142)

ZIJ

 

Na ongeveer drie kwartier rijden, draaide Max de parking op van een museum. Magali zat met haar mond open naar het grote reclamepaneel te kijken dat voor haar hing. Het betrof één van de grootste producenten van Santons. ‘We kunnen gaan kijken hoe ze vervaardigd worden,’ zei Max. Hij stapte uit de wagen en Magali volgde zijn voorbeeld. Hand in hand liepen ze naar binnen. Max kocht toegangsticketjes en Magali vond dat dit het aardigste was dat hij voor haar al gedaan had. Dit wilde toch wel wat zeggen? Of niet soms?

Binnen stonden er grote landschappen uitgebeeld. Hele dorpen die bevolkt werden door okergele klei figuurtjes die één voor één handmatig beschilderd waren. Ze keek haar ogen uit en moest moeite doen om sommige figuurtjes niet aan te raken. Max volgde haar op de voet en luisterde geboeid naar haar opmerkingen en de mogelijke verhalen die achter iedere scène konden zitten. Tegen de tijd dat ze rond waren stonden er tranen in haar ogen van ontroering. Hij had haar net het mooiste cadeau gegeven dat ze zou kunnen wensen. Het samen met hem kunnen delen, maakte het extra bijzonder.

Voordat ze bij de uitgang kwamen, moesten ze door de winkel van het museum passeren. Magali wilde die liefst zo snel mogelijk verlaten maar Max hield haar tegen. ‘Laat eens zien welke kribbe jij gekocht hebt.’ Magali draaide zich om en zocht de rekken af. Al snel nam ze Max mee naar één van de eerste rijen en wees vol trots haar kribbe aan. ‘Weet je ook welke figuurtjes je er nog bij zou willen?’ Achterdocht stond op haar gezicht te lezen. ‘Waarom?’ Max streek een haarlok achter haar oor. ‘Ik wil het je cadeau doen omdat ik weet hoe graag je zo’n stal wilt hebben.’ Magali keek de winkel rond en zag dat zij op dat ogenblik de enige klanten waren. ‘Nee Max, ik wil dit niet. Voor jou betekent het misschien niet veel maar ik wil niet dat je zo veel geld aan me uitgeeft.’ Max stond haar ongelovig aan te kijken. ‘Magali, ik geef je een kerststal geen nieuwe wagen. Maar als je het zo niet wilt aannemen, dan kan ik het je ook als kerstcadeau geven als je wilt.’ Maar Magali bleef verwoed met haar hoofd nee schudden.

Ze ging de winkel uit en liep naar de wagen. Ze hoorde zijn voetstappen dichterbij komen op de kiezelstenen van de parking. ‘Waarom maak je hier zo’n probleem van Magali? Ik heb nog nooit een vrouw meegemaakt die niet graag een cadeau krijgt.’ Toen ze zich omdraaide was ze witheet van woede. ‘Ik hoef jouw cadeaus die je me zo graag wilt geven niet Max. Ik wil naar huis.’ Maar ze wist op voorhand dat Max zich niet zonder slag of stoot gewonnen zou geven. ‘Wel verdraaid! Dit is het eerste cadeau dat ik je wil geven! Heb je er enig idee van hoe vaak ik je al mee uit winkelen heb willen nemen? Hoe graag ik je een deftige racefiets wil kopen of nog beter een wagen zodat je niet steeds door de koude hoeft te rijden.’

Over Magali daalde een ijzige kalmte neer. ‘Waarom zou je me mee uit shoppen willen nemen Max?’ Met half toegeknepen ogen keek hij haar aan. ‘Ik wil alleen dat je het wat beter hebt Magali, dat is alles.’ Maar voor Magali ging hij nu volledig over de schreef. ‘Dus er is nog ruimte voor verbetering? Ik vermoed dat het nu tijd is om mij naar huis te brengen Max.’ Om haar standpunt duidelijk te maken, stapte ze in en sloeg ze met een klap de deur dicht. In stilte was ze dankbaar dat Porsche zijn wagens stevig genoeg maakte om haar klap aan te kunnen. Naast haar schoof Max achter het stuur en startte de wagen. In een ijzige stilte legden ze de verdere weg naar Malaucène af.

Toen Max voor haar huis parkeerde, maakte ze de veiligheidsriem los en keek hem aan. ‘Mag ik je eens vragen waarom je in de villa blijft wonen terwijl je huis hier in Malaucène duidelijk af is?’ Max had de vraag totaal niet verwacht en het duurde dan ook even voordat ze antwoord kreeg. ‘Ik ben er nog niet toe gekomen om meubels te gaan kiezen.’ Magali mompelde een verwensing. ‘Weet je Max? Sommige mensen zijn al blij wanneer ze één huis kunnen bemeubelen.’ Zijn mond veranderde in een dunne streep, zag ze. ‘Is dat de reden Magali? Mijn geld? Wil je daarom mijn cadeau niet aanvaarden? Omdat ik meer geld heb dan jij?’ Ze schudde triest haar hoofd. ‘Nee Max, het échte cadeau was het museum.’ Daarop deed ze het portier open en stapte uit.

 

HIJ

 

Max had even nodig om tot zichzelf te komen, voordat hij de wagen startte. Hij kon niet goed begrijpen wat er zich zonet had afgespeeld tussen hen beiden. De laatste tijd had Max eerder het gevoel gehad dat de verschillen tussen hen de waren vervaagd in plaats van te vergroten. Waarom ze zo sprak, was voor hem een compleet raadsel want het liet hem Siberisch koud dat Magali niet zo rijk was als hij.

Thuis liep hij nog uren te ijsberen totdat hij ongerust naar de marmeren tegels keek om zich ervan te vergewissen dat er geen slijtageplekken ontstonden. Daardoor kwamen zijn gedachten terug op wat ze hem had gezegd over zijn huis. Wanneer zou hij verhuizen? Had hij wel nieuwe meubels nodig? Als hij heel eerlijk was, moest hij bekennen dat het idee om te verhuizen of om plannen daarvoor te maken nog niet bij hem was opgekomen. Die meubels, dat had hij ter plekke verzonnen omdat hij vermoedde dat dat antwoord haar niet zou kwetsen. Toegegeven, het huis in Malaucène was niet het soort huis dat hij meteen zou aankopen. Dat was wel zo geweest met de villa. “Zijn eigen plek” dat waren de exacte woorden die hij had gedacht. Het huis bij de wijngaard was een familiehuis. Een huis om een gezin te stichten. Max wreef over zijn slapen in de hoop dat hij zo de opkomende hoofdpijn kon wegmasseren.

Na een hele nacht wakker gelegen te hebben wist hij wat hem te doen stond. Hij nam eerst de nodige dosis paracetamol tegen de hoofdpijn en stapte daarna onder de weldoende hete stralen van de douche.