HOOFDSTUK 3 (pag. 14 - 18)

Drie

 

Nicole had die nacht bijna geen oog toegedaan. Om vijf uur had ze het opgegeven en was ze uit bed gekomen. Voor het eerst in lange tijd waren haar gedachten weer naar haar ex gegaan. Hij had haar zonder respect behandeld en na de echtscheiding, had ze zichzelf beloofd dat ze geen enkele man daar nog de kans toe zou geven. Nu stond ze in de vroege ochtend de veters van haar loopschoenen vast te maken. Een paar kilometers lopen in de vroege ochtendzon zou haar goed doen. Ze had zuurstof nodig voor ze aan de lange dag kon beginnen. Zo vroeg in de ochtend waren er nog geen mensen te bespeuren buiten. Enkel bij de krantenwinkel brandde er al licht. De nieuwe kranten werden vroeg geleverd zodat ze klaar zouden liggen wanneer de eerste mensen ze kwamen ophalen wanneer ze naar hun werk vertrokken.

Ze begon te lopen met haar hoofdtelefoon over haar oren. De muziek gaf het tempo aan. Als ze zou willen kon ze op dit uur van de dag in het midden van de straat lopen zonder dat het door iemand anders werd opgemerkt. Maar Nicole was zelf een type dat commentaar gaf wanneer ze iemand erop betrapte als ze zich niet aan de regels hielden. Dus liep ze zelf altijd op het ietwat hobbelige voetpad. Net, toen ze de weg die de Ventoux beklom, wilde oversteken botste ze tegen iemand die de Ventoux blijkbaar net had afgedaald.

Het kwam behoorlijk hard aan en Nicole wankelde even op haar benen. Maar voor ze kon omvervallen, voelde ze dat ze werd rechtgehouden door twee handen. Ze opende haar ogen en wilde degene die haar voor een val behoedde bedanken, maar toen ze Matthieu voor zich zag staan stapte ze als door een wesp gestoken achteruit. ‘Waar kom jij vandaan?’

Hij hoorde de ondertoon in haar stem en vermoedde dat het iets te maken moest hebben met het feit dat hij haar had vastgenomen. ‘Van boven.’ Als zij vinnig kon antwoorden, dan ging hij haar zeker geen uitgebreid antwoord geven. Matthieu zag haar verbaasd kijken. Haar blik ging van zijn loopkledij naar zijn hoofdlamp en weer naar de lege drankflesjes die in een riem om zijn middel hingen. ‘Dan moet je midden in de nacht vertrokken zijn! Wie gaat er nu in  ‘s hemelsnaam ’s nachts lopen?’ Hij hoorde geen verwijt in haar stem, maar wel oprechte verbazing. ‘Iemand die geplaagd wordt door het verleden Nicole.’ Hierop stak hij zijn hand op en liep verder.

Mensen die hier in de buurt woonden hadden niet de behoefte om de Ventoux te beklimmen. Niet met de fiets en zeker niet al lopend. Sommigen werkten boven, maar die reden steevast met de wagen naar boven. Het kon niet anders, of Matthieu had last van nachtmerries, dacht ze. Maar misschien viel dat wel vaker voor bij ex-militairen? Wanneer hij nog eens op de praktijk kwam zou ze het hem op de man af vragen, besloot ze. Matthieu leek haar niet het type dat graag rond de pot draaide. De directe aanpak leek haar in dit geval de beste. Het was niets persoonlijk uiteraard, als arts was ze steeds begaan met haar patiënten en aangezien Matthieu nu ook een patiënt van haar was geworden…

Matthieu werkte de hele voormiddag aan een nieuwe omheining rond de boomgaard. Steeds vaker liepen toeristen tussen de bomen en kwamen met een mand om de arm fruit plukken. Diezelfde mensen kwamen dan op de markt in het dorp naar hun kraam, en probeerden iets van de prijs af te dingen. Ze waren onbeschaamd en Matthieu was van plan om er voor te zorgen dat de toegang tot de boomgaard onmogelijk werd gemaakt. Zijn vader had voor hout gezorgd, maar volgens Matthieu ging een hek alleen niet voldoende zijn. Hij had ook een paar rollen kippengaas gekocht en was van plan om daar dan een schrikdraad aan te bevestigen. Meer dan eens gingen zijn gedachten naar Nicole. Die ochtend toen ze tegen hem op botste, had hij haar voor het eerst zonder losse kledij gezien. Ze had aanpassende loopkledij gedragen en haar haren in een paardenstaart gedaan. Ze had net een jong meisje geleken. Weg was dat strenge uiterlijk dat ze zo graag probeerde in stand te houden. Matthieu had al lang door dat dat slechts een maskerade was. Hij vroeg zich af, welke man het op zijn geweten had, dat ze zich zo was gaan kleden?

Hij besprak zijn plan voor de achterste schuur met zijn vader. Het zou een volwaardige woning kunnen worden. Het gebouw was zeker groot genoeg, en toen de schuur destijds gezet was, waren alle bouwvergunningen al in orde gebracht. Ondertussen maakte René zich enkel zorgen over het extra werk dat de bouw met zich zou meebrengen. ‘Matthieu, ik ben bang dat het realiseren van die plannen moeilijker gaat worden dan je denkt. Nu jij weer terug bent, willen Jean en Louis het rustiger aan doen. Enkel Clément ziet het nog zitten om hele dagen te komen werken.’ Matthieu stelde zijn vader echter gerust. ‘Maak je daar maar geen zorgen over vader. Als alles goed is, is mijn eenheid vanaf volgende week met verlof. Ze zien het zitten om hier eerst te komen recupereren voor ze weer naar huis gaan. Ze hebben alleen eten en drinken nodig. Waarschijnlijk zullen de meesten van hen onder de blote hemel in de boomgaard willen slapen.’ Matthieu kon aan de zware rimpel die op zijn vaders voorhoofd verscheen, zien dat hij dat maar een heel rare gedachte vond. ‘Geloof me pa, die mannen hebben nood aan de stilte die hier heerst!’ Zijn vader liet het erbij en veranderde van onderwerp. ‘Je weet toch dat het morgen 14 juli is? Ik heb ons beiden ingeschreven voor de maaltijd in het dorp. Vergeet alleen niet om bord en bestek mee te nemen!’

Het was een jaarlijkse traditie. In het centrum van het dorp werden onder de platanen rijen tafels gezet en iedereen die zich had ingeschreven kon aanschuiven voor een maaltijd. Tafels en stoelen werden door de gemeente voorzien, bord en bestek bracht je zelf mee. Zo ging het er in de meeste dorpen aan toe. ‘s Avonds was er een bal populaire en als kers op de taart een prachtig vuurwerk. De meeste mensen keken hier al weken naar uit. Matthieu wist niet of hij wel zin had in al die drukte. Sinds hij terug thuis was beviel de rust en de stilte hem hoe langer hoe beter. Zelfs de nachtmerries kwamen niet meer zo frequent.

Toen Nicole die ochtend Emilie had zien binnenkomen had ze geweten dat Emilie wachtte tot wanneer Nicole zelf zou beginnen te praten. Emilie was niet het type dat graag al de laatste nieuwtjes kende, maar Nicole zag aan haar dat ze boordevol vragen zat. ‘Oké, ik voel me niet op mijn gemak bij die soldaat. Het voelt raar, en hij heeft van die ogen die door je door kunnen kijken.’ Emilie luisterde en gaf haar ondertussen de nodige dossiers van patiënten die vandaag een afspraak hadden. ‘Nicole, misschien moet je een beetje ontspannen. Niet alle mannen zijn eropuit om jouw leven te verzieken. Kijk naar Frederic en mezelf, het perfecte bewijs dat échte liefde bestaat!’ Nicole haalde alleen maar haar schouders op. Het was mooi om te zien hoe Emilie en haar broer elkaar gevonden hadden. Maar dat wilde nog niet zeggen dat het sprookje voor iedereen zo mooi eindigde.