HOOFDSTUK 13 (pag. 79 - 82)

Dertien

 

Nicole was de hele ochtend misselijk geweest. Daar had ze geen koffie meer voor nodig. Toen het eindelijk beter was liep ze naar de bakker om croissants en at die schandalig gulzig op. In het midden van haar vreetpartij werd er op de deur van de praktijk geklopt. Waarschijnlijk één van haar patiënten die niet wist dat ze een week vrij had genomen. Ze liet de croissants met tegenzin op tafel achter en ging naar beneden om de deur te openen.

Matthieu zag er perfect uit. Zijn gebruinde huid stak af tegen zijn witte t-shirt en op zijn rechte neus had hij een zonnebril staan. ‘Hey meisje, hoe gaat het ermee?’ Hij leek haar heel ontspannen en was zich totaal van geen kwaad bewust. Toen hij sprak streek zijn adem langs haar gezicht. Ze draaide zich om en moest haar best doen om op tijd bij het toilet te geraken. Nicole hoorde hem achter haar de trap oplopen. Weer stond hij daar met haar haren in zijn hand. Haar emoties liepen over en de tranen rolden over haar kaken. Ze voelde zijn hand over haar voorhoofd strijken en ze was er van overtuigd dat haar knieën het hadden begeven als ze nog had recht gestaan. ‘Wat is er aan de hand meisje?’ Hij gaf haar ruimte toen ze weer rechtstond en naar een glas water reikte. Toen ze weer in haar kleine woonkamer stonden zag ze zijn blik naar de zak met croissants gaan, die daar opengescheurd op tafel lag. ‘Ik heb een week vrijaf genomen omdat ik nog steeds een beetje ziek ben.’ Er vormde zich een rimpel boven zijn wenkbrauwen en hij keek haar twijfelachtig aan. ‘Ben je wel zeker dat je last hebt van een virusje? Ben je zeker dat het niets anders is?’

Nicole stak vinnig haar kin vooruit. ‘Wie is hier de dokter, Matthieu?’ Matthieu stak zijn handen in de lucht en zette een stapje achteruit. ‘Matthieu, misschien is het beter als je me niet meer komt opzoeken.’ Even flitste er iets in zijn blauwe ogen , zag ze. Maar het was zo snel weer weg dat ze er aan twijfelde of het wel echt gezien had. ‘Dit was niet de eerste keer dat ik je heb zien braken Nicole. Dus als het al besmettelijk zou zijn, dan heb ik het al lang te pakken. Al denk ik niet dat het besmettelijk is.’ Net als Emilie zette hij zich tegenover haar op een stoel. Dit was wel het laatste dat ze kon hebben nu. Zijn begrip verdiende ze niet. ‘Matthieu, ik spreek niet over besmettingsgevaar. Ik wil dat je weggaat en ik wil niet dat je terugkomt.’ Terwijl ze sprak hield ze haar blik strak op de grond gericht. Tranen vochten om vrij te kunnen lopen maar ze wou niet dat hij die kon zien. Ze voelde hoe hij met zijn vingers haar kin vastpakte om er vervolgens voor te zorgen dat zijn ogen de hare vonden. Nicole kon zien hoe zijn gezicht van zorgzaam en begripvol naar iets anders veranderde. Een uitdrukking die ze bij Matthieu nog niet gezien had. Had ze hem gekwetst? ‘Oké ik zal gaan meisje. Maar jij weet net zo goed als ik dat dit niet is wat je écht wilt. Je weet me te vinden als je er klaar voor bent.’ Hierop stond hij recht en liep hij de trap af. Even later hoorde ze de deur dichtslaan. Waarom moest haar leven zo moeilijk zijn? Eindelijk had ze na al die jaren iemand gevonden aan wie ze haar hart verloren had. Maar ze zou hem nooit aan zich willen binden door een baby. Ooit zou ze het hem wel moeten vertellen. Maar dan zou ze hem meteen duidelijk maken dat ze niets van hem verwachtte.

Matthieu kookte vanbinnen. En dat was nog zacht uitgedrukt. Waarom kon ze hem niet gewoon zeggen wat er mis was? Hij was er nooit de man naar geweest om veel tijd te besteden aan diepzinnige gesprekken. Maar met Nicole kon hij dat wel. Hij hield met plezier haar haren uit haar gezicht. Al vond hij het jammer voor haar dat ze misselijk was. Was hij misschien de enige van hun twee die dacht dat ze de goede kant opgingen. Hij passeerde zijn Jeep en gaf er een flinke stamp tegen met zijn rechter voet. Het vehikel was al op leeftijd dus een bluts meer of minder maakte hem niet veel uit op dit moment. Hij wilde net zijn portier openmaken toen hij iemand zijn naam hoorde roepen. Matthieu keek op en zag dat Frederic op hem af liep. ‘Het gebeurt niet vaak dat ik iemand tegen zijn eigen wagen zie schoppen.’ Frederic had een vrij serieus gezicht toen hij Matthieu aankeek. Matthieu zelf stak zijn beide handen in zijn achterzakken en haalde zijn schouders op. ‘Ik heb gewoon een échte rotdag man!’ Frederic stelde Matthieu voor om iets te gaan drinken samen. Ze liepen naar het café waar Matthieu zijn nichtje werkte en aan het eerste vrije tafeltje gingen ze zitten. Matthieu ging hun drankjes bestellen aan de toog en zette zich daarna met een diepe zucht neer. ‘Mag ik vragen wat er aan de hand is kerel? Het lijkt wel alsof er lood op je schouders ligt!’

Matthieu keek op naar Frederic en deed zijn verhaal. Wat er zich al had afgespeeld tussen hem en Nicole en wat er nu aan de hand was. ‘Goh…ik dacht al dat Emilie me niet het hele verhaal had gedaan. Ze heeft me wel gezegd dat Nicole ziek was, maar wat er écht aan de gang was heeft ze niet gezegd.’ Matthieu wreef met zijn vingertoppen over zijn slapen in de hoop dat de spanning in zijn hoofd zou afnemen. ‘Het enige wat ik kan bedenken is dat ze me de waarheid niet wil zeggen door mijn verleden.’ Matthieu voelde dat de ogen van Frederic op zich gericht waren. Maar als hij had gedacht dat Frederic zou gaan vissen naar meer uitleg, dan had hij het mis. ‘Iedereen heeft een verleden mee te sleuren Matthieu. Daarin ben je echt niet alleen.’ Matthieu schudde met zijn hoofd en liet het daarna in zijn handen rusten. ‘Ik heb dingen gedaan Frederic en Nicole weet welke!’ Frederic leunde naar hem toe en legde een hand op tafel. ‘Matthieu, met jou job kan het ook niet anders dan dat je dingen gedaan hebt, waar een ander voor terugdeinst. Ginder werd dat ook van jou verwacht! Hier ben je een heel ander persoon.

Ik heb je bezig gezien met Nicole. Ik denk niet dat je het in je hebt om een onschuldig persoon kwaad te doen!’ Omdat Matthieu de lofzang niet meer kon aanhoren vertelde hij aan Frederic wat hij aan Nicole had verteld. Maar Frederic schrok daar niet van terug. ‘Wij horen hier op het nieuws zo vaak over kindsoldaten. Onze soldaten krijgen er mee te maken. Jij hebt de pech gehad om voor een dilemma komen te staan, jij of het kind. Iedereen kiest op dat moment voor zichzelf!’ Matthieu liet zijn hoofd even hangen maar toen hij Frederic zijn hand op zijn arm voelde keek hij weer op. ‘Vergeet niet dat het overmorgen middeleeuwse feesten zijn in Le Barroux. Het zal je goed doen om je een dag te kunnen ontspannen. Matthieu was dankbaar voor de woorden van troost en de vriendschap die Frederic hem bood. Maar hij was er niet zeker van of hij wel zou meegaan. Waarschijnlijk zou hij zenuwachtig worden van de drukte. Als hij ging, zou hij zeker met zijn eigen wagen gaan. Op die manier zou hij naar huis kunnen wanneer hij daar zin in had.