HOOFDSTUK 1 (pag. 3 - 7)

Eén

 

Het kostte Matthieu een halve dag om thuis te geraken. Eerst met de trein vanuit Marseille naar Carpentras en van daaruit een taxi naar Malaucène. Hij had zijn vader niet verwittigd dat hij ontslagen werd uit het hospitaal. Matthieu vermoedde dat hij erop gestaan zou hebben om hem persoonlijk te komen ophalen met de wagen. En voor een oude man die nog slechts zelden met de wagen reed, was dat een te grote afstand vond Matthieu.

Er was op het eerste zicht niet zo veel veranderd in Malaucène, zag hij. Er waren hier en daar enkele nieuwe huizen gebouwd  vlak buiten het centrum, maar verder zag hij geen grote veranderingen. In het bruisende hart van het dorp hielden de eeuwenoude platanen nog steeds de wacht. Zijn favoriete kroeg stond er nog en het Provençaalse dorpje werd nog steeds platgelopen door toeristen. Het was alsof de tijd er had stilgestaan terwijl hij weg was geweest. Heel het dorp teerde op het toeristische zomerseizoen. In de winter waren hier slechts de helft van de bars en restaurants open. Maar tijdens de zomermaanden werden de terrassen zover mogelijk uitgebreid en zelfs dan waren er dagen dat niet iedereen een tafeltje kon bemachtigen.

De taxi reed het dorp weer uit en verliet dan de hoofdbaan om via een smalle weg naar de boomgaard van zijn vader te rijden. Het was pas sinds er een camping vlakbij de hoofdbaan gekomen was dat de gemeente de weg had willen asfalteren. De weg liep omhoog, een voorbode van een paar kleine maar zeer venijnige klimmetjes, die zeer in de smaak vielen bij de fietsers die hier jaarlijks neerstreken. Zij die de Ventoux een stap te hoog vonden, dachten vaak dat “les Dentelle de Montmirail” hun beter zou bevallen. De meesten onder hen moesten hun mening echter al snel herzien.

Na een kilometer zag hij de boomgaard van zijn vader liggen. Tussen de rijen met fruitbomen wapperden linten in de wind om de vogels af te schrikken. De stilte overviel Matthieu enigszins. Het was ondertussen weer drie jaar geleden dat hij thuis was geweest, en sindsdien had hij nooit rust en stilte gekend. Zelfs op de kazerne was het nooit stil geweest. Wanneer de taxi de oprit van het domein opdraaide zag hij zijn vader buitenkomen. Iets voorovergebogen en grijs, met zijn zonnehoed op zijn hoofd, keek hij benieuwd wie de bezoeker kon zijn. Matthieu stak zijn hand op en de oude man zwaaide enthousiast terug. Nadat hij de taxichauffeur betaald had, zwierde hij zijn bagagezak over zijn goede schouder en liep op zijn vader af. Matthieu had wel verwacht dat zijn vader emotioneel ging reageren wanneer hij thuis zou komen. De reactie van de man was aandoenlijk. Ze zaten uren aan tafel bij te praten. Het was al snel duidelijk dat Matthieu’s hulp op de akker meer dan welkom was. Zijn vader, René, had al jaren drie mannen die voor hem werkten, maar net zoals hijzelf waren die mannen ouder geworden. Zo kwam het dat er vorig jaar een deel van de oogst verloren was gegaan  omdat ze niet op tijd het rijpe fruit hadden kunnen oogsten. Ze waren nu reeds in de maand juli, en nog steeds hingen er kersen aan de bomen. Aan het einde van de zomer moesten de peren geoogst worden. Dat wilde zeggen dat hij niet veel tijd meer had om zijn schouder terug in vorm te krijgen. Matthieu keek zijn vader zorgelijk aan. ‘Als ik hier meteen aan de slag wil gaan, zal ik toch eerst even langs de dokter moeten. Die kan me precies zeggen wat ik wel en niet mag doen.’ Zijn vader stond op en nam een fles wijn uit de wijnkoeler. ‘Dan moet je bij dokter Dubois zijn, die oude Pierre is er drie jaar geleden mee gestopt. En dat was maar goed ook, hij was al lang aan vervanging toe als je het mij vraagt.’ Matthieu moest lachen om zijn vader en besloot de volgende dag bij die dokter Dubois langs te gaan.

Het was een drukke ochtend geweest, en Nicole keek uit naar de lunch. De temperatuur liep tegen de vijfendertig graden en er stond geen zuchtje wind. En net vandaag was de airco stuk gegaan. Zelfs met de luiken dicht was het veel te warm binnen. Emilie, haar assistente, had de patiënten van water voorzien. Aangezien de zon de hele dag, zowel de wachtkamer als de behandelkamer bescheen, was een airco onmisbaar. Ze had al gebeld naar een technieker voor de reparatie, maar die kon niet voor volgende week. Toen ze haar laatste patiënt buiten wilde laten, zag ze dat er nog één man in de wachtzaal zat. Ze probeerde haar teleurstelling te verbergen en liet de man met een glimlach binnen. Hij had gemillimeterd haar en was tamelijk groot. Maar dat was niet het meest opvallende aan deze man. Zijn blik was indrukwekkend, hij had blauwe ogen die je zouden kunnen hypnotiseren. Ze wist zeker dat ze hem niet kende, dus vermoedde ze dat hij een toerist moest zijn. ‘Waar kan ik u mee helpen?’ Ze probeerde duidelijk te praten, want ze wist dat dat voor de meeste toeristen de grootste moeilijkheid was wanneer ze bij haar kwamen. Het verraste haar dan ook toen de man hetzelfde accent als zij bleek te hebben. ‘Ik ben Matthieu Rousseau, ik ben gisteren ontslagen uit het militair hospitaal van Marseille. Ik heb een schotwonde in mijn schouder gehad. De pezen zijn wel weer vastgehecht aan het bot, maar ik moet toegeven dat ik nog niet de volle kracht heb in mijn rechter arm. In Marseille zeiden ze me dat ik de verdere revalidatie thuis kon doen. Ik heb mijn dossier voor u meegebracht.’ Nicole nam het dossier aan en las het vluchtig door. ‘U hebt recht op kinesitherapie meneer Rousseau. Het wordt zelfs aanbevolen in uw dossier.’ Ze nam alvast haar blocnote om een reeks beurten voor te schrijven, tot ze hem plots met zijn hoofd zag schudden. ‘Het spijt me doc maar dat doe ik liever op eigen houtje. Als u me even zegt wat ik absoluut niet mag doen, dan kan ik verder. Daarbij komt dat ik van plan ben om mijn vader te helpen in de akkers, dus heb ik die arm echt wel nodig.’  Ze zat hem verbijsterd aan te staren. Had hij haar nu écht ’doc’ genoemd?  De mensen zeiden meestal gewoon Nicole en wanneer ze haar nog niet goed kenden dokter, maar ‘doc’, dat was beslist de eerste keer. ‘Oké, doe uw T-shirt even uit dan kan ik eerst eens kijken naar uw schouder.’  Hij deed wat ze hem vroeg en ze moest toegeven dat er tussen haar patiënten niemand met zo’n gespierde borstkas was. Het was te zien dat de rechterschouder iets minder gespierd was, maar met een beetje geduld en de juiste oefeningen zou dat snel verleden tijd kunnen zijn. Ze voelde aan de schouder en testte zijn beweeglijkheid. Plotseling werd haar aandacht door iets anders getrokken. Ze had het al vaker meegemaakt, en tijdens haar opleiding had ze er mee leren omgaan, maar nog nooit had er iemand last van gehad tijdens een onderzoek van een schouder. Deze man was opgewonden, maar aangezien hij zelf een heel norse blik trok besloot ze er niets van te zeggen. Ze ging weer achter haar bureau zitten en zei dat hij zich kon aankleden. Op een papier krabbelde ze enkele oefeningen en drukte hem op het hart om zijn arm niet te overbelasten. Nadat hij haar een hand had gegeven ten afscheid had ze het vreemde gevoel dat ze even moest bekomen. Twee tellen later kwam Emilie binnen om haar te zeggen dat dit wel degelijk de laatste patiënt van de voormiddag was geweest. Ze haastten zich naar een terras aan de overkant van de straat, waar de schaduw als een ware verkoeling voelde.

Nicole wist dat het Emilie niet ontgaan was, dat ze zichzelf niet was nadat Matthieu de praktijk had verlaten. Maar ze vroeg niet naar meer uitleg en Nicole was haar daar heel dankbaar voor. Emilie werkte nu een jaar voor Nicole en ze hadden een heel goede verstandhouding opgebouwd. Dat Emilie een relatie had met Nicole’s broer Frederic stond daar volledig los van.                                                                           

‘Het is niet houdbaar zonder airconditioning in de praktijk. Ik zal straks één ventilator voor de wachtkamer en één voor de behandelkamer gaan kopen. Misschien is de hitte dan wat draaglijker.’ Emilie vond dat een prima plan. En dus besloot Nicole na haar huisronde langs de winkel te gaan. Later die dag zou ze de ventilatoren boven in haar kleine flat zetten, zodat ze ook daar een beetje verkoeling had. Want op hete zomerdagen als deze koelde het ‘s nachts amper af.