Hoofdstuk 8 (pag. 64-72)

ZIJ

 

Ze leunde iets naar achter tot ze tegen zijn borst stond. Daarna voelde ze hem voorzichtig zijn armen rond haar slaan en ze nestelde zich wat dieper tegen zijn borst. ‘Je hebt me niet bang gemaakt, maar je hebt me wel aan het denken gezet. Ik ben geen naïeve tiener, ik ben vierentwintig.’ In stilte keken ze naar het water van de rivier dat rustig langs kabbelde. ‘Frederic, begrijp je dat ik niet gewoon ben dat er iemand naar me kijkt zoals jij dat doet? En tot vandaag heb ik er nooit rekening mee moeten houden dat er iemand een probleem kon hebben met mijn badlaken.’ Ze voelde zijn lippen op haar schouder en hoorde hem met een zwoele stem zeggen: ‘Geloof me liefje, het was niet het badlaken waar ik een probleem mee had!’ Ze draaide zich om in zijn armen en bracht haar hoofd omhoog zodat ze bij zijn lippen kon komen. Hij reageerde onmiddellijk en bracht zijn mond tot vlak boven haar lippen. Zij startte de kus deze keer en al snel voelde ze de passie die hij in zich had. Met spijt maakte ze zich los uit zijn omhelzing toen ze Jérome een beetje hoorden kuchen op het terras. Om hen heen was het duister gevallen en ze hadden het niet eens opgemerkt. Frederic keek Jérome aan met een blik waar duidelijk op te lezen stond dat hij stoorde. ‘Zo, chef, is er iets waarmee we je kunnen helpen misschien?’ De sarcastische toon was Emilie niet ontgaan en ze was er zeker van dat Jérome hem ook had opgemerkt. ‘Sorry maat, maar hebben jullie daarstraks iets opgemerkt voordat jullie bij de chalet zijn vertrokken?’ Frederic draaide zich nu naar Jérome toe. Emilie zag hoe de houding van Frederic subtiel veranderde. Zijn ogen stonden alert, zijn kaak was gespannen. ‘Stefan, was daar, dronken, zoals we hem kennen. Ik heb hem een vuistslag moeten verkopen toen hij Emilie wilde lastigvallen. We zijn voor we hierheen kwamen bij het politiekantoor gepasseerd. Thomas had dienst en hij zou er langsgaan om Stefan te laten ontnuchteren in de cel. Waarom, wat is er aan de hand, chef? Emilie voelde hoe de sfeer veranderde. Een angstig voorgevoel bekroop haar. ‘Team twee is er naartoe. Thomas heeft de brand zelf gemeld.’ Voor Emilie de tijd had gekregen om te begrijpen wat dit inhield draaide Frederic zich weer naar haar toe. Hij nam haar gezicht in zijn beide handen en kuste haar voorhoofd. ‘Ik wil dat jij hier blijft Emilie. Ik ga even met Jérome poolshoogte nemen.’ Hij streelde heel zacht haar kaak met de toppen van zijn vingers, draaide hij zich om en vertrok. De avond had zijn magie verloren en van de rivier voelde ze een kilte door haar lichaam kruipen. Ze stond als versteend bij de oever en probeerde zich te herinneren wat er zich zonet had afgespeeld. Hij ging voor haar kijken, maar ze had veel liever gehad dat hij bij haar was gebleven. Ze kon het zich niet voorstellen dat hij uit eigen beweging naar een vlammenzee ging. Zelfs niet voor haar. Vanop de parking hoorde ze enkele auto’s vertrekken, maar ze kon niet zeggen van wie die waren. Emilie hoorde voetstappen op het terras en even hoopte ze dat hij was teruggekomen voor haar. Maar diep vanbinnen wist ze dat hij pas zou terugkomen wanneer de brand geblust was. Ze zag Fabienne op zich afkomen en was stiekem blij dat ze niet alleen zou moeten zitten wachten. ‘Kom Emilie, wij hebben een kop koffie nodig!’ Emilie vond in de ogen van Fabienne niet dezelfde angst die zij in zich had, eerder berusting. Het restaurant was nu helemaal verlicht en de kaarsen waren gedoofd. Van de romantische sfeer die er eerder op de avond had gehangen viel niets meer te bespeuren.

‘Kom meid, ga zitten. Ik heb al een thermos koffie voor ons gemaakt, decafiné voor de baby, ik hoop dat je dat niet erg vindt. Het spijt me dat we jullie romantische avond hebben moeten verstoren.’ Emilie ging aan een tafel zitten en nam de kop dampende koffie aan die Fabienne haar voorhield. ‘Fabienne, is het normaal dat ze worden opgeroepen wanneer ze vrij zijn?’ Er ging een mengelmoes van gedachten door haar heen, ze vroeg zich af of ze zou kunnen leven met de angst. ‘Nee, natuurlijk niet, enkel bij zware bosbranden wordt de rusttijd ingekort. Ze lossen elkaar dan sneller af. Jérome wordt wel verwittigd als chef van het eerste team, maar moet zelden vertrekken op zijn vrije dagen.’ Emilie liet het op zich inwerken maar kon er geen vat op krijgen. Waarom was Stefan zo belangrijk? ‘Kent Frederic Stefan dan zo goed? Ik had niet de indruk dat ze met elkaar overweg konden?’ Fabienne begon stilaan te overwegen om Nicole te bellen. Ze vond niet dat Emilie reageerde zoals dat hoorde. Nog nooit had ze iemand zo ijzig kalm weten blijven wanneer zijn hele hebben en houwen aan het afbranden waren. ‘ Meid, snap je dat dan niet? Frederic is gegaan omdat het over jouw chalet gaat! Het interesseert hem niet wat daar verder gebeurt. Hij doet dit voor jou!’ Dit werd te veel voor Emilie. Het leek alsof er geen zuurstof meer in de lucht zat. ‘Maar ik wilde helemaal niet dat hij ging. Ik wil niet dat hem iets overkomt door mij! Ik heb al genoeg verloren!’ Fabienne legde haar arm rond haar schouders. ‘Je hoeft niet ongerust te zijn. Die mannen nemen geen risico’s. Ze zullen zichzelf nooit bewust in gevaar brengen. Ze gaan blussen, en er hangt een risico aan vast, maar zolang ik Jérome al ken, zijn ze altijd weer thuis gekomen.’ Enigszins gerustgesteld dronk Emilie van haar koffie en begon ze te denken aan de spullen in de chalet. De kledij kon haar gestolen worden maar de foto’s van haar ouders waren haar heel dierbaar evenals de ring van haar moeder. Bij die gedachte welden de tranen op in haar ogen. Fabienne hield haar een zakdoek voor en schonk verse koffie bij voor hen beide. ‘Fabienne, de foto’s van mijn ouders… Ze, ik had ze allemaal meegenomen toen ik thuis ben vertrokken.’ Omdat Fabienne niet goed leek te begrijpen hoe het kwam dat ze alle familiefoto’s mee op vakantie nam, legde Emilie haar alles uit. Het overlijden van haar ouders en de bedoeling om hier opnieuw te beginnen. ‘Het enige wat ik heb opgeslagen waren de meubels. Ik kon de fotoalbums niet achterlaten. De ring van mijn moeder, ze zou het verschrikkelijk vinden wanneer ze wist dat ik hem kwijt was.’ Opnieuw liepen er tranen over haar wangen. Fabienne probeerde haar te troosten, maar kon hier niet echt de juiste woorden voor vinden. Ze hield haar een hele poos vast totdat Emilie weer recht ging zitten. ‘Weet je Fabienne, ik heb nog nooit zo veel gehuild in mijn leven als hier. En toch krijg ik sterk het gevoel dat ik weer gelukkig word. Hoe kunnen die twee nu samengaan?’ Fabienne keek haar heel begripvol aan. ‘Misschien, Emilie, moest het verdriet er eerst eens uitkunnen zodat er plaats is voor wat nieuw geluk. En ik vermoed dat Frederic jou heel graag dat geluk wil geven. Jullie zijn zo’n mooi koppel! Nog nooit hebben we Frederic hier met iemand over de vloer gekregen. Geloof me, hij staat in het ganse dorp bekend als een verstokte vrijgezel. En nu blijkt dat jij diegene bent die daar verandering in kan brengen.’ Het voelde goed aan om dat van Fabienne te horen. Haar tranen begonnen te drogen en ze was heel dankbaar voor het gezelschap. Vermoedelijk was deze avond ook heel zwaar voor haar. ‘Wanneer verwacht je de baby?’ Het zou haar gedachten misschien afleiden van de gruwel die zich op enkele kilometers verder afspeelde. Fabienne begon te stralen nu ze over haar baby begon te praten. Waarschijnlijk was ze net zo ongeduldig om de mannen te zien terug komen als zij was. ‘Nog twee maanden. Maar het begint behoorlijk zwaar te worden. Ik zal weldra vervanging moeten zoeken voor het restaurant. Jérome vind dat ik dringend rust moet nemen. Hij is zo bezorgd!’ Op dat moment zwaaide de deur open en kwamen Jérome gevolgd door Frederic binnen. Allebei hadden ze vuile kledij aan en roken ze naar de brand. Emilie sprong recht van haar stoel en vloog in de armen van Frederic.

 

HIJ

 

Hij hield haar in zijn armen en keek op haar neer. Met gesloten ogen hield ze hem stevig vast. Op haar kaken zag hij de sporen van tranen en zijn hart brak bij de gedachte aan wat ze net had moeten doorstaan. Het maakte wat hij haar nu ging vertellen er alleen maar moeilijker op. Over haar hoofd zag hij hoe Jérome z’n hand op de buik van Fabienne legde terwijl hij zachtjes met zijn vrouw sprak. Voor het eerst in zijn leven begon hij te begrijpen waarom de mannen graag naar huis gingen na een shift.

Hij nam haar mee naar het tafeltje waar ze eerder met Fabienne had gezeten en zette haar neer op een stoel. Zelf ging hij op zijn hurken voor haar zitten. Er was geen mogelijkheid om de boodschap te verbloemen. De wrede realiteit lag op haar te wachten op de flanken van de berg. ‘Emilie, ik heb helaas geen goed nieuws voor je. Al de chalets stonden al in lichterlaaie wanneer wij aankwamen. Het enige wat er nog te doen viel, was zorgen dat het vuur niet naar het bos oversloeg.’ Zowel hijzelf als Jérome en Fabienne zaten op haar reactie te wachten. Een reactie die niet scheen te komen. Ze zat als een standbeeld op de stoel voor zichzelf uit te staren zonder écht iets te zien. Hij had het wel vaker gezien, mensen konden op héél verschillende manieren reageren op een ramp. Maar hij maakte zich zorgen, dit was de zoveelste tegenslag voor haar. Hoeveel kon ze aan? Hij kende het antwoord op die vraag niet. Fabienne bracht voor hem en Jérome een kop koffie en schonk voor Emilie en haarzelf verse bij. Toen hij Emilie de koffie voorhield leek ze eindelijk weer te beseffen waar ze was. ‘Is alles weg? Ook de foto’s? Waar moet ik naar toe?’ Ontredderd keek ze hem aan. Ze nam de koffie aan en dronk met een intens verdrietige uitdrukking op haar gezicht. Maar de tranen die hij verwachtte bleven uit. Fabienne schraapte haar keel. ‘Frederic, er lagen familiefoto’s en een ring van haar moeder in de chalet. Ze had ze niet willen achterlaten in België toen ze vertrok.’ Er kwam een knoop in zijn keel te zitten en als hij nog had gekund, dan had hij Stefan met plezier wat aangedaan. ‘Op het eerste gezicht is alles vernield, maar morgen kunnen ze pas gaan kijken. Het is nog te warm en in het donker zouden ze er best over kunnen zien. De kommandant gaat morgen om de oorzaak officieel vast te stellen. Ik zal hem verwittigen dat hij zijn ogen goed moet openhouden wanneer hij met jouw chalet start.’ Ze knikte licht verdoofd. ‘Vanavond kan je met mij mee naar huis Emilie. Je kan in de logeerkamer slapen.’ Morgen zouden ze wel weer verder zien, maar geen haar op zijn hoofd dat er aan dacht om haar deze nacht alleen te laten in één af ander hotel. Daarbij was het nog maar de vraag of ze er op dit uur in de nacht nog een hotel zouden kunnen vinden dat nog open was. Hij nam nog even afscheid van Fabienne en Jérome waarna hij Emilie naar zijn wagen bracht. In stilte reden ze naar zijn huis. Wanneer ze het pad passeerden dat naar de chalets had geleid nam hij haar hand vast die op haar schoot lag. Hij voelde hoe ze zijn hand vastnam  met beide handen. En voor het eerst die avond was er een gezonde reactie vond hij. ‘Ik ben blij dat jij er bent Frederic, dank je.’ Hij parkeerde zijn wagen voor zijn huis en keek haar aan. ‘Emilie, ik zou nergens anders willen zijn nu! Ik laat je niet alleen, geloof me maar.’ Ze gingen zijn huis binnen en hij zag hoe ze het in zich opnam. Lichtelijk opgelucht dat hij eerder die dag alles een beetje aan kant had gezet, ging hij haar voor naar de logeerkamer. ‘Ik zal je een t-shirt van mij geven en als je wilt heb ik ook nog wel ergens een pyjamabroek voor je.’ Waarop hij zich omdraaide om in zijn eigen kamer spullen voor haar te halen. Ze ging de kamer binnen en ging door naar het venster om in het donker naar buiten te staren. Hij vond haar daar toen hij binnenkwam. In stilte ging hij achter haar staan en trok haar tegen zich aan en sloot de gordijnen. Ze nestelde zich in zijn armen en zo bleven ze een hele poos staan zonder een woord te zeggen. Het verbaasde hem dat zij diegene was die de stilte verbrak. ‘Misschien moest ik maar gaan slapen. Ik begin me eigenlijk best héél moe te voelen.’ Ze draaide zich om en hij kon de zwarte schaduwen onder haar ogen opmerken. ‘Ik ben in de kamer hiernaast mocht je iets nodig hebben.’ Hij kuste haar voorhoofd en liep de kamer uit zodat ze kon slapen. Zelf zou hij nog lang niet slapen wist hij. Hij nam een douche en deed zelf voor het eerst in jaren een pyjamabroek aan. In zijn kamer bij het raam stond zijn favoriete stoel. Hij gebruikte hem vaak om een boek in te lezen of gewoon nog wat van de geluiden van het bos te genieten op warme zomeravonden. Hij besloot net om daar nog even te ontspannen met zijn boek toen er op zijn deur werd geklopt. Ze kon onmogelijk nu al last hebben van nachtmerries. Voorzichtig ging de deur open en stak ze haar hoofd naar binnen. ‘Ik heb een moeilijke vraag Frederic’ Ze keek naar zijn ontblootte borstkas en hij bedacht dat hij best ook even een t-shirt kon aantrekken. Zich afvragend welke vraag er zo moeilijk kon zijn, trok hij zijn kleerkast open en nam een proper shirt. ‘Kom binnen, Emilie, wat wilde je vragen? Ze had duidelijk haar gezicht gewassen, want de sporen van tranen waren verdwenen. Ze kwam vanachter de deur tevoorschijn in zijn t-shirt en pyjamabroek. Het shirt was te ruim en de broekspijpen waren te lang. Hoe kon iemand er zo sexy uitzien vroeg hij zich af. ‘Ik kan niet slapen. Ik…, wel…ik dacht… Zou je het erg vinden als ik hier lig,… bij jou? Alleen slapen, bedoel ik ?’ Dat was dus de moeilijke vraag. Ze staarde naar de grond en had een vuurrode kleur. Hij zou geen oog dichtdoen vannacht! ‘Natuurlijk, kom maar.’ Hij legde het dekbed open aan haar kant en ging daarna zelf aan de andere kant liggen. Hij reikte naar het nachtlampje en nog voor zijn hoofd op het kussen lag, voelde hij hoe ze dicht tegen hem aankroop. Ze reikte naar zijn hand en legde die op haar buik. Frederic wist het zeker, hij zou een stille dood sterven deze nacht. Ze had geen idee wat ze met hem deed! Al snel merkte hij aan haar ademhaling dat ze sliep. Haar lange haren lagen over het hele kussen en kriebelden in zijn neus. Ze roken naar lavendel. Het was hem nog nooit eerder opgevallen dat hij hield van die geur. Af en toe leek het wel of ze nog dichter tegen hem aan kroop. Het kostte hem alle moeite van de wereld om zijn hoofd niet te verliezen. Uiteindelijk viel ook hij tegen de vroege ochtend even in slaap.