Hoofdstuk 7 (pag. 53-63)

ZIJ

 

Ze kreeg de indruk dat hij kon zien waar haar gedachten naar toe gingen. Maar hij zei er geen woord over. Wel keek hij vermakelijk en misschien ook wel met enige vorm van trots omdat hij degene was die haar op die gedachten bracht. Het voelde zo gemakkelijk om bij hem te zijn. Het leek wel alsof hij alles zou begrijpen wat ze hem zou vertellen. Ze vond zichzelf zeker niet naïef, alleen onervaren. Maar het leek alsof hem dat helemaal niets leek uit te maken. ‘Nu is het jouw beurt.’ hoorde ze hem zeggen. ‘Vind je dat ik misschien te oud ben voor jou?’ ‘Nee, helemaal niet. Ik dacht niet dat er een probleem bij het leeftijdsverschil lag. Maar eerder bij het feit dat ik nog nooit heb…’ De woorden stierven weg in haar keel. Het was een geluk dat ze hier helemaal alleen waren. Alleen het gesjirp van de krekels en de kwetterende vogels in de bomen hielden hen gezelschap. ‘Heb je op school wel eens een vriendje gehad, Emilie?’ Wanneer ze hierop antwoordde zou ze hem alles gezegd hebben wat ze kon zeggen, hoopte hij. ‘Ja, dat wel. Maar toen was ik heel wat jonger, verder dan een beetje onhandig kussen is dat nooit gegaan.’ Ze keek hem afwachtend aan, maar was niet meer zo zenuwachtig voor zijn reactie. Er kwam weer een ondeugende glimlach op zijn gezicht. Alsof ook zijn gedachten een loopje met hem namen. ‘Wat denk je ervan om gezellig terug te wandelen en je nieuwe eerste job te gaan vieren? Ik weet een gezellig restaurant aan de andere kant van het dorp. De vrouw van Jérome staat er achter het fornuis.’ Ze berekende even haar financiële situatie. Want als ze een appartement wilde gaan huren moest ze niet te gek gaan doen. Daarbij mocht ze niet vergeten dat ze nog naar de winkel moest voor nieuw beddengoed. ‘Zou je het erg vinden om het etentje nog even uit te stellen? Tot wanneer ik mijn eerste loon heb misschien?’ Hij keek haar zeer verontwaardigd aan. ‘Het was ook helemaal niet de bedoeling dat jij zou betalen. Trouwens, een echte man houdt de deur open en betaalt altijd zelf de rekening. Dat heb ik zo toch altijd geleerd.’ Zo had ze het natuurlijk nog niet bekeken. ‘Kunnen we voor we gaan in het dorp nog naar de winkel voor mijn beddengoed?’ Hij nam haar hand in de zijne en drukte zijn lippen op de binnenkant van haar pols. ‘Natuurlijk, we hebben zelfs nog tijd om ons een beetje te gaan opfrissen als je dat wilt.’ ‘Om eerlijk te zijn zou ik dat geweldig vinden. Ik kan ook moeilijk in een short en t-shirt in een restaurant komen aanzetten.’ Hand in hand wandelden ze terug naar het centrum. Af en toe wierp ze stiekem een blik op Frederic. Voor het eerst in jaren voelde ze zich een beetje gelukkig en het verwarmde haar ziel. Alsof hij had gevoeld dat ze hem bekeek draaide hij zijn hoofd haar kant uit. Hij glimlachte naar haar en trok haar wat dichter tegen zich aan. Dromerig wandelde ze naast hem de supermarkt binnen. Frederic werd verschillende keren begroet door dorpsbewoners. Maar hij bleef bij niemand staan om een praatje te maken. Net als zij zat hij in een andere wereld. Nieuw en zinnenprikkelend.

Het maakte haar niet veel uit welk motief er op haar lakens zou staan. Maar volgens hem pasten de lakens met de blauwe viooltjes prachtig bij haar ogen. Aan de kassa betaalde hij de kassierster en wandelde met haar mee tot aan haar auto. Ze spraken af dat ze zich beiden thuis gingen klaarmaken en hij haar daarna zou komen oppikken. 

Ze had de lakens op haar bed ververst en ging daarna voor de kleerkast staan. Nadat ze eindelijk had besloten om een aanpassende jurk te kiezen stapte ze onder de douche. Op het ogenblik dat ze de kraan toedraaide hoorde ze zijn SUV voor de chalet tot stilstand komen. Ze draaide snel een handdoek rond haar lange haren en wikkelde een handdoek rond haar lichaam.. Nog voor ze uit de badkamer was, hoorde ze hem via het terras naar de deur gaan om aan te kloppen. Op haar blote voeten ging ze snel de deur open maken. Ze bleef echter als aan de grond genageld staan toen ze zijn donkere ogen op haar lichaam voelde branden. ‘Het spijt me Frederic, ik ben een beetje aan de late kant…’ Zijn stem klonk een beetje schor wanneer hij antwoorde. ‘Emilie, ga je gauw aankleden, want ik denk dat we anders thuisblijven vanavond.’ Ze begon te stamelen. ‘Ik.. eh, oké.’ Snel repte ze zich naar de badkamer en probeerde haar ademhaling weer onder controle te krijgen. Ze deed haar jurk aan en een beetje make-up. Nadat ze haar haren had droog geblazen besloot ze om ze deze avond los te laten hangen. Toen ze de deur naar de leefruimte opende, stond hij met zijn rug naar haar naar buiten te kijken. Hij draaide zich om en er ontsnapte hem één of andere Franse krachtterm. ‘Mon Dieu, Emilie, je had net zo goed die handdoek om kunnen houden.’ Hij trok haar in zijn armen en kuste haar vurig. Hij beet weer zachtjes op haar lip en ging op verkenning in haar mond. Maar het echte verschil met deze middag was dat ze hem nu terug kuste. Hij kreunde en trok zich terug. ‘Emilie, het is maar goed dat ik daarnet nog een tafeltje heb gereserveerd. Want anders denk ik niet dat we deze avond zouden buiten geraken…’ Ze kreeg er een warm gevoel van in haar buik. En ze was er zeker van dat hij het in haar ogen kon lezen. ‘Kom, laten we maar gaan nu het nog kan.’ Hij voegde er een ondeugende knipoog aan toe. Terwijl ze langs hem naar buiten stapte, voelde ze een hand op haar achterste. Ietwat geschrokken keek ze hem aan. Maar de enige reactie was weer een ondeugende knipoog. Net toen ze hem wilde vragen of zijn collega ook aanwezig zou zijn, hoorden ze een wagen het terrein van “le petit paradis” op komen rijden. Ze was heel verbaasd, hier was nog niemand geweest sinds zij was gearriveerd. Frederic leek de wagen wel te herkennen. Hij bleef op het terras staan en wachtte duidelijk tot de nieuwkomer uit zijn wagen zou komen. Lang hoefden ze daar niet op wachten. De auto kwam tot stilstand naast de zwarte SUV van Frederic. De deur zwaaide open en een ietwat kalende man stapte uit de wagen. ‘Wel, wel, Dubois? Wat doe jij hier? Of is het misschien jouw roeping tegenwoordig om voor de toeristen te zorgen?’ De man stond niet erg stevig op zijn benen zag ze. Hij moest zich vasthouden aan zijn wagen om zijn evenwicht niet te verliezen. Frederic zijn kaak stond strak gespannen. Hij was heel subtiel een beetje voor haar gaan staan. Om haar zo wat af te schermen van de man die duidelijk dronken was. ‘Stefan, ben je weer aan het drinken gegaan voor je naar hier afzakte?’ Stefan deed niet de moeite om daar een antwoord op te geven. Hij stak een half lege fles in de lucht en lachte een rij vuile tanden bloot. ‘Je hebt nog niets aan de bewoonbaarheid gedaan Stefan, om nog maar te zwijgen over de brandveiligheid. Ik geef je de goede raad om daar werk van te maken, anders zullen we de nodige maatregelen nemen, en voor je het weet ben je je hele dierbare erfenis kwijt.’ Emilie kon zien dat Frederic nu een gevoelige snaar had geraakt bij Stefan. De man begon op hen af te lopen en moest verschillende pogingen doen alvorens hij het terras op geraakte. Onrustig begon Emilie naar een uitweg te zoeken. Nu Stefan het terras had bereikt was er geen andere manier om weg te komen dan langs hem te passeren. Dronken mensen waren onberekenbaar en ze huiverde bij de gedachte dat dit uit de hand zou lopen. Frederic nam achter zijn rug haar hand in de zijne. Hij gaf haar zo een enorm veilig gevoel. Dat gevoel bleef ze behouden toen de man, zijn blik op haar liet rusten. ‘Als ik had geweten dat hier zo’n lekker ding zat, was ik al veel vlugger tot hier gekomen. Maar geen nood, vanaf nu zal ik de zorg voor dit lekker ding wel overnemen. Ze zal me zeker niet teleurstellen.’ Hij kwam dichterbij en probeerde langs Frederic te geraken en haalde uit naar Emilie. Ze schrok enorm, de stank die uit zijn mond kwam was verschrikkelijk. Frederic keek in een flits naar Emilie en sloeg vervolgens met zijn vuist tegen de rechterkaak van Stefan. Deze wankelde achteruit en viel op de grond neer. Frederic hurkte naast hem neer en greep hem bij zijn kraag vast. ‘Maak dat je wegkomt Stefan. Wanneer wij straks terug komen wil ik dat jij verdwenen bent, begrepen?’ Hij pakte de hand van Emilie en liep met haar langs een kermende Stefan. Frederic hielp haar instappen in zijn wagen. Hij sloot haar deur en liep rond zijn wagen naar de bestuurderskant. Ze keek naar haar handen die in haar schoot lagen de daveren. Hij nam haar handen in de zijne en keek haar in haar bange ogen. ‘Niet bang zijn, liefste. Ik zal zorgen dat hij weg is wanneer we terug komen.’ Ze keek hem met angstige ogen aan. ‘Haal me hier alsjeblieft weg, Frederic.’ Hij knikte en reed het terrein af en draaide de weg op.

HIJ

 

Voordat hij naar het restaurant reed, passeerde hij langs het politiekantoor. Hij kende de meeste agenten persoonlijk. Ze waren praktisch collega’s van mekaar. Bij een ongeval of brand kwamen ook zij steeds ter plaatse. En vaak deden ze een beroep op elkaars bevindingen om een beter resultaat te kunnen boeken in volgende incidenten. Samen met de dienstdoende agent besprak hij even de situatie. Er zou een patrouillewagen ter plaatse gaan om Stefan Dubois een nachtje in de cel te laten slapen. Iets later nam Frederic afscheid en beide mannen sloegen elkaar kameraadschappelijk op de rug. Hij stapte weer de wagen in en zag haar nog steeds ongerust over haar schouders kijken. Ze keek hem aan en gaf hem een simpele kus op zijn mond. ‘Dank je, dat was behoorlijk indrukwekkend wat je hebt gedaan!’ Ze probeerde er bij te lachen, maar haar ogen lachten niet mee. Hij wilde haar geruststellen zodat ze zich veilig zou voelen.  ‘Luister, ze gaan zo dadelijk naar boven om hem op te pakken. Deze nacht zal hij al zeker in de cel doorbrengen om weer nuchter te worden. Ondertussen kunnen we nog steeds gaan eten bij Jérome en zijn vrouw. Om eerlijk te zijn, zijn ze benieuwd naar jou.’ Hij zag dat ze haar wenkbrauwen ongelovig optrok. ‘Naar mij? Heb je lopen opscheppen misschien?’ Ze begon zich weer een beetje te ontspannen, merkte hij. ‘Misschien heb ik inderdaad wat gebedeld om nog een tafeltje te kunnen bemachtigen. En heb ik de vrouw van Jérome over jou verteld. Ik durf er om wedden dat ze Jérome ondertussen al heeft ingelicht.’ Het leek er wel op alsof ze een beetje vereerd was bij het idee dat hij met zijn vrienden over haar had gesproken. ‘Ik hoop dat ik terug wat in de juiste stemming geraak. Dit is zo’n speciale dag geweest. Het leek wel een droom tot die man alles verpestte.’ Hij reed het centrum weer uit en een kilometer verder kwamen ze bij een rivier. Daar stond een oude papiermolen die verbouwd was tot een heel knus restaurant. Het was een feeërieke omgeving. Wanneer je iets verder keek kon je het verlichte kasteel van een naburige gemeente trots op zijn heuvel zien liggen. Het was zeker een romantische ligging voor een restaurant. Het was je dan ook niet zo moeilijk voor te stellen dat het in de hele omgeving bekend stond als de beste plek voor een etentje met z’n tweetjes. Frederic leidde haar naar de deur en nog voor hij die kon openen kwam Jérome tevoorschijn. Jérome was één brok enthousiasme. Duidelijk blij met de primeur van de eerste van “de mannen” te zijn die te weten kwam dat Emilie meer was dan zo maar een jonge vrouw die ze hadden geholpen tijdens het onweer.  ‘Wel makker, welke geheimen heb je nog zoal voor mij gehouden?’ Hij pakte Frederic lachend vast en keek toen naar Emilie. ‘Jérome, dit is Emilie, Emilie dit is mijn maat, Jérome. Jérome pakte haar bij haar schouders en gaf haar twee kussen. ‘Sorry, Franse gewoonte’ zei hij terwijl hij lachte omdat ze verrast was door de enthousiaste begroeting. ‘Kom binnen, we hebben het beste tafeltje voor jullie vrijgehouden.’ Ze werden door Jérome naar hun tafeltje begeleid en kregen de menu’s om uit te kiezen. Ineens ging de deur van de keuken open en kwam er een zwangere vrouw naar buiten. ‘Dat is Fabienne, mijn prachtige vrouw.’ Jérome zijn ogen blonken van trots toen Fabienne bij hen kwam staan. Fabienne begroette Emilie alsof ze haar al jaren kende. Ze praatten een beetje over hoe Frederic en Emilie elkaar hadden leren kennen bij de wijngaard en over de zwangerschap die de lange avonden achter het fornuis zwaar maakte. Tot Fabienne tegen Jérome zei dat het tijd was om het jonge koppel alleen te laten.

Aan de uitdrukking in haar ogen zag hij dat het voorval met Stefan naar de achtergrond was verdrongen. Ze leek weer in staat om te genieten van de avond. De sfeer in het restaurant was hier zeker mee verantwoordelijk voor. Op alle tafels stonden kaarsjes te branden en de verlichting was gedimd. Ze hadden een tafeltje gekregen dat in een uitstekende nis stond. Het hing als het ware over de rivier, en met de verlichting die rond het zomerterras stond kreeg het een idyllische aanblik. Ook Emilie was aan het genieten van het uitzicht. Haar ogen lichtten op toen ze haar gezicht weer naar hem toe draaide. Jérome kwam hun bestelling opnemen en verdween gelijk weer naar de keuken. Frederic reikte naar haar hand die op de tafel rustte. ‘Hoe komt het eigenlijk dat jij een Franse naam hebt?’ Hij vroeg het zich al een poosje af. ‘Mijn moeder was dol op Frankrijk en alles wat daarbij hoorde. En mijn vader heeft die liefde overgenomen toen ze trouwden. Er werd thuis ook vaak Frans gesproken, gewoon omdat mijn ouders het zo’n mooie taal vonden. Het was niet meer dan logisch dat ze me een of andere Franse naam gaven. Ze waren plannen aan het maken om hier in de buurt een huisje kopen voor wanneer ze op pensioen waren. Maar zo ver is het dus nooit gekomen. Ik wou dat je hen had kunnen ontmoeten. Je zou hen zeker gemogen hebben.’ In haar ogen welden tranen op, maar ze glimlachte niettemin naar hem. ‘Ik had hen heel graag ontmoet. Het moeten twee heel bijzondere mensen geweest zijn.’ Hij streelde met zijn duim over de rug van haar hand, maar veel liever had hij haar in zijn armen genomen om haar tranen weg te kussen. Ze keek naar haar hand terwijl ze sprak. ‘Weet je, ik ben bang geworden om de mensen waar ik om geef kwijt te raken. Ik denk niet dat ik dat nog een keer zou aankunnen. Het heeft zoveel pijn gedaan.’ Hij moest er niet aan denken waar ze al doorheen was moeten gaan. De pijn en het verlies. ‘Je hoeft niet bang te zijn, Emilie, ik laat je niet alleen. Je kan op me rekenen, ik zal er altijd voor je zijn. Zelfs als ik aan het werk ben, ben ik maar een telefoontje van je verwijderd.’ Ondertussen was hij een beetje over de tafel gaan leunen om haar blik met de zijne te vangen. ‘Ik weet dat je me niet alleen zou laten. Ik heb gemerkt dat je heel lief voor me bent. Maar sommige dingen heb je gewoon niet in je macht.’ Haar reactie was niet meer dan menselijk. Maar zo triest voor een jonge vrouw van vierentwintig. ‘Ik weet wel waar je bang voor bent, maar je zou er heel veel geluk voor laten staan om jezelf daarvoor te behoeden.’ Hij zag dat ze knikte en ze deed haar best om haar tranen terug te dringen. Ze keek op naar hem en begon licht te blozen. ‘Frederic, ik denk dat ik verliefd op je ben geworden. Deze laatste dagen ben je zo lief voor me geweest. En wanneer je me kuste… zo heb ik me nog nooit gevoeld. Ik heb nog steeds verdriet om mijn ouders, maar ik voel me tegelijkertijd ook zo gelukkig. En ik weet dat jij degene bent die daar voor zorgt.’ Hij voelde zich gevleid bij haar woorden. Ze was zo eerlijk en open. Hij kon niet geloven dat er nog nooit een man was geweest die haar had opgemerkt. ‘Ik ben heel blij dat je me dat vertelt. Want ik voel namelijk net hetzelfde voor jou. En ik wil je zo graag gelukkig maken. Je bent zo mooi wanneer je lacht. Ik hou ervan wanneer je bloost.’ Hun gesprek werd onderbroken toen het voorgerecht op de tafel werd gezet. Het was Jérome overduidelijk dat hij niet moest blijven staan voor een praatje. Hij draaide zich dan ook geamuseerd op zijn hielen om en was blij dat zijn maat eindelijk het geluk leek te vinden. ‘Ben je altijd al bij de brandweer geweest?’ Het was een veel voorkomende vraag. Iedereen was wel geïnteresseerd in zijn spannende ervaringen. Hij had ook wel verwacht dat ze die op een gegeven ogenblik zou stellen. Maar ze zou natuurlijk ook weten dat het een job was waar risico’s aan verbonden waren. ‘Ja, na school ben ik een opleiding gaan volgen om beroepsbrandweerman te worden. We hebben een héél hecht team. Die mannen vertrouw ik met mijn leven en andersom is dat net zo. Anders kan je niet werken in die omstandigheden.’ Ze liet dit duidelijk even op zich inwerken. Na even begon ze te knikken. ‘Ik denk dat ik het snap. In de brandweerwagen merkte ik dat er een band was tussen die mannen. En daarnet met Jérome heb ik het ook gemerkt. Maar eerlijk gezegd, ik zou jou ook blindelings vertrouwen.’ De aanblik van Emilie gehuld in haar badlaken brandde zich terug vast op zijn netvlies. ‘Luister Emilie, ik weet niet of je dan nog vaak de deur moet komen open doen zoals je daarstraks deed.’ Zijn woorden werden vergezeld van een knipoog, maar hij kon zien dat ze begreep wat hij bedoelde. Ze reageerde niet maar at in stilte haar salade verder op. Uit de grond van zijn hart hoopte hij dat hij haar hiermee niet had afgeschrikt.

‘Lijkt het je wat om even naar buiten te gaan voor een frisse neus?’ Dankbaar omdat ze hem een glimlach schonk als antwoord stond hij op en leidde haar naar de deur van de keuken. Daar stak hij snel even zijn hoofd om de hoek om Fabienne en Jérome te laten weten waar ze waren. Daarna nam hij haar mee naar buiten en ging achter het zomerterras het trapje af dat naar de oever van de rivier leidde. Ze had nog steeds niets gezegd en hij begon zich een beetje ongerust te maken. Hij ging achter haar staan maar durfde haar bijna niet aan te raken. ‘Het spijt me als ik je zonet heb bang gemaakt Emilie. Dat was niet mijn bedoeling.’