Hoofdstuk 5 (pag. 37-45)

ZIJ

 

Ze lag dwars over het bed wanneer ze wakker werd. Doordat de veringen van de matras de hele tijd in haar rug hadden proberen te boren, had ze een enorm pijnlijke rug. Maar gisteren had het bed niet zo lekker geroken. Toen ze haar ogen opendeed bleek het echter nog donker te zijn buiten. Ze reikte naar het nachtlampje naast het bed en keek verrast toen ze mooie lakens op haar bed zag. Ze bezorgden de kamer een heel ander uitzicht. Ogenblikkelijk gingen haar gedachten naar de vorige dag. Ze had beddengoed willen gaan kopen, maar ze was er zeker van dat ze daar nooit aan toe gekomen was. Het verschrikkelijke onweer en haar huilbui in de ruïne flitsten door haar hoofd. Ook Frederic was er bij geweest. Hij had haar huilbui aanhoort en  haar vastgehouden op het moment dat ze iemand nodig had. Maar dat was niet alles geweest. Hij had haar zijn vest gegeven en haar zo voor de blikken van zijn collega’s beschermd. Daar was ze hem erg dankbaar voor. Toch was het mysterie van het beddengoed nog niet opgelost. Evenmin als hoe ze was thuis geraakt. Ze keek op haar uurwerk en zag dat het vijf uur in de ochtend was. Blij met de warme jogging die ze nog steeds aanhad liep ze haar slaapkamer uit om verse koffie te gaan maken. Het schemerlampje van de leefruimte brandde. Vrijwel meteen zag ze daar op de bank Frederic liggen, met een deken dat naast hem op de grond gevallen was. Ze liep op haar tenen naar hem toe, nam de deken, en dekte hem toe. Stilletjes stond ze zijn gezicht te bestuderen en moest besluiten dat hij echt knap was. Zijn donkere haar zat warrig en de stoppels van zijn opkomende baard, waren eigenlijk best sexy. Deze man zou vast en zeker ergens een gezin hebben. Waarom was hij dan hier gebleven vannacht? Had hij misschien voor het beddengoed gezorgd? Of zijn vrouw? Emilie wilde net terug opstaan om naar haar kamer te gaan toen hij zijn ogen opende. Met een slaperige blik keek hij haar aan. ‘Is alles in orde met je? Heb je iets nodig?’ Hij rekte zich uit en wierp een blik op zijn uurwerk. Net vijf uur gepasseerd. ‘Heb je een nachtmerrie gehad misschien?’ Was zijn volgende vraag. ‘Nee, ik ben gewoon wakker geworden. Ik wilde koffie zetten en toen zag ik jou hier op de bank liggen. Je deken lag op de grond en ik was bang dat je het koud zou krijgen en dus dekte ik je toe. Ik ben alleen bang dat ik je zo heb wakker gemaakt.’ Ze keek hem vragend aan. ‘Ben jij de hele nacht hier gebleven?’ Ze had het antwoord op die vraag evengoed zelf kunnen invullen. ‘Ja, ik vond dat je deze nacht niet alleen moest zijn. Ik had gedacht dat je last kon krijgen van nachtmerries.’ Hij sprak heel rustig alsof het de normaalste zaak was dat hij hier op haar bank was blijven slapen. ‘Heb jij voor het beddengoed gezorgd?’ Vol ongeduld wachtte ze op het antwoord. ‘Ja, ik heb je even alleen gelaten om bij mij thuis propere lakens en een donsdeken te halen. Geef toe dat het een verbetering is.’ Weer klonk het alsof hij het gewoon was om die dingen snel even voor een vreemde te doen. ’Is dat iets wat alle brandweermannen doen voor iemand die ze hebben geholpen tijdens een onweer?’, was haar volgende vraag. Hij kreeg een waakzame blik in zijn ogen. ‘Nee, dat is niet onze gewoonte. Maar ik vond het erg moeilijk om je op die smerige matras te leggen en dat vieze deken te moeten gebruiken om je toe te dekken. Ik hoop dat je het me niet kwalijk neemt.’ Hij stopte net lang genoeg voor een adempauze. ‘Ik moet toegeven dat ik ongewoon bezorgd over je was. Wat je me gisteren vertelde vond ik hartverscheurend. Niemand zou zoiets alleen moeten doorstaan. Ik denk dat ik je vannacht niet graag alleen liet.’ Ze vond het heel lief van hem om dat te zeggen. En ze was dankbaar dat hij niet leek over te lopen van medelijden. ‘Weet je dat ik gisteren eigenlijk zelf naar de winkel wilde om nieuwe lakens te kopen? Ik ben er alleen nooit geraakt zoals je wel weet.’ Haar mededeling was zo goed als zeggen dat ze het wel ok vond wat hij gedaan had. ‘Het spijt me dat ik je heb lastiggevallen met mijn persoonlijke problemen. Om eerlijk te zijn weet ik niet wat me bezielde. Ik heb me nog nooit zo laten gaan, laat staan bij iemand die ik eigenlijk niet echt ken.’ Hij keek haar bedenkelijk aan terwijl hij de koffiezet vulde met water. ‘Wist je dat mensen vaak het makkelijkst praten met iemand die op een afstand van hen staat? Ik vind het ook helemaal niet erg dat ik degene was bij wie je je hart hebt gelucht. Ik vind het alleen heel naar voor je dat je je beide ouders al hebt verloren.’ Ze kon zien dat hij echt meende wat hij zei. Ze gaf hem de gemalen koffie aan en zag hoe hij vakkundig aan de slag ging. ‘Ik zal straks je lakens gaan wassen in de wasserij, dan heb je ze deze avond terug.’ Terwijl ze stonden te wachten op de koffie haalde hij het brood en de kaas boven. ‘Ik heb lakens genoeg, hou deze maar. Als je wilt, nemen we de koffie en het ontbijt mee en  gaan we buiten naar de zonsopgang kijken. Die is hier altijd erg mooi. Met wat geluk krijgen we het gezelschap van een vos of zo.’ Ze namen twee stoelen mee naar buiten en legden de autodeken over hun benen om zich te beschermen tegen de kille ochtendtemperatuur. De koffie verwarmde haar ziel. Ze moest glimlachen bij de aanblik van het typisch Franse ontbijt. ‘Ik denk dat ik hier op zoek wil gaan naar werk.’ De gedachte was er luidop uitgekomen. Maar op zich verbaasde haar dat niet. Iets aan deze Frederic maakte dat ze hem volledig vertrouwde. ‘Dat is een heel goed idee. Dat wil dan ook zeggen dat ik je misschien nog wel eens tegen het lijf zal lopen in het dorp.’ Op de één of andere manier gaven zijn woorden haar moed. ‘Wil dat zeggen ik nu een vriend heb hier?’ Ze kon geen andere reactie bedenken. ‘Een vriend? Als jij dat wilt, dan ben ik een vriend.’ Hij had een glimlach op zijn gezicht gekregen en een speelse twinkeling in zijn ogen. Hij knipoogde naar haar en ging daarop de thermos koffie halen om hun kopjes nog eens bij te vullen. Zwijgend zaten ze naast elkaar te genieten van de zon die haar eerste stralen over de bomen bij de weg liet zien. ‘Ik kan het wel héél moeilijk begrijpen dat jij hier in deze chalet wilt verblijven.’ Het was eerder een vraag dan een vaststelling. ‘Zoals ik al zei kwam ik vroeger met mijn ouders altijd naar hier op vakantie. Toen was alles hier altijd tip top in orde. Ik wist niet dat dit me te wachten zou staan. Daarom dat ik ook op zoek wil naar werk. Wanneer ik werk heb kan ik het me veroorloven om een appartement te huren of zo. Dan kan ik ook de meubels die ik thuis heb opgeslagen laten komen.’ ‘Heb je geen zin meer om terug naar België te gaan dan?’ Ze voelde zijn blik op haar gezicht terwijl hij wachtte op een antwoord. Emilie draaide haar gezicht naar hem toe toen ze sprak. ‘Nee, er is niemand om voor terug te gaan.’ Hierna staarde ze weer in de verte. Een eenzame traan rolde over haar kaak. Met zijn duim veegde hij ze weg en trok haar een beetje dichter tegen zich aan. ‘Op een nieuw begin dan.’ Hij hield zijn kop koffie in de lucht bij wijze van toast. ‘Op een nieuw begin’, zei ze hem na alvorens met haar kop koffie tegen die van hem te tikken.

 

HIJ

 

Frederic stapte uit de douche. Als ze een vriend wilde, zou ze een vriend krijgen. Maar God wat zou hij er niet voor over hebben om meer te zijn dan een vriend voor haar. Daarom was hij ook moeten vertrekken. Hij wilde niet dat hij een of andere stomme zet zou doen die haar van hem weg zou duwen. Emilie was aan het rouwen en die dingen hadden nu eenmaal tijd nodig. Het verbaasde hem alleen dat er nergens een goede vriendin of zelfs een man voor haar had klaargestaan. De Belgen waren toch een heel sociaalvoelend volk? Alleszins toch wanneer ze in de zomermaanden op vakantie kwamen. Ze had hem beloofd om zijn jogging te wassen voor hem. Later die dag, had ze gezegd, ging ze solliciteren in het dorpscentrum in de verschillendebars en winkels. Hij had haar niet willen ontmoedigen, maar hij wist dat de jobs schaars waren in het dorp. Overal in de streek trouwens. Enkel tijdens de zomerperiode waren er extra krachten nodig. In deze tijd van het jaar waren zelfs niet alle restaurants van het dorp open. Hij keek op zijn mobieltje en zag dat hij een gemiste oproep had van zijn zus. ‘Hallo, Frederic, sorry dat ik je nog niet heb kunnen terugbellen. Het is hier ook zo druk. Als enige huisarts hier, krijg ik geen deftige nachtrust meer. Nog even wachten en ik steven af op een burn-out. Trouwens, soms vraag ik me af of ik misschien met mijn telefoon getrouwd ben, hij heeft vandaag nog niet stilgestaan. Nou, tot later dan maar…’ Hij belde zijn zus weer op. ‘Hallo, u spreekt met dokter Dubois.’ ‘Hallo Nicole, met Frederic. Was jij nu net aan het klagen omdat je een goedlopende praktijk hebt?’ Ze kon hem horen lachen door de telefoon. ‘Nee, de patiënten behandelen is mijn levensdoel. Maar je hebt geen idee hoeveel mensen er bellen zonder een specifieke reden. Werkelijk, ik word er soms bijna gek van!’ ‘Zeg Nicole, misschien heb ik daar een oplossing voor…’

Nadat hij de telefoon had opgehangen ging hij buiten aan het werk, om te kijken of het onweer van gisteren zijn sporen had nagelaten op zijn terrein. De meeste bomen had hij gekapt wanneer hij zijn huis had gebouwd. Maar zijn grond grensde aan het bos dat de berg bedekte tot aan zijn meest bekende, maar tevens gevreesde maanlandschap. Op enkele takken na die her en der verspreid lagen, kon hij geen schade bespeuren. Gelukkig was het zwembad nog afgedekt geweest, anders had hij heel wat meer werk gehad. Nadat hij de losliggende takken had verwijderd, ging hij hout hakken. Niet dat hij geen voorraad meer had, maar misschien leidde het hem af van andere dingen. Zijn voormiddag ging tergend langzaam voorbij. Hij kreeg zijn gedachten niet uit de knoop. Hij wilde haar het liefst zo snel mogelijk weerzien. En als hij heel eerlijk tegenover zichzelf was, moest hij toegeven dat er nog nooit een vrouw in was geslaagd om zijn gedachten zo in beslag te nemen. Maar Emilie was dan ook totaal anders dan alle vrouwen die hij had gekend. Ze was zich niet bewust van haar mooie uiterlijk, was spontaan, en enorm dapper. Ze had zich zelfs een beetje ongemakkelijk gevoeld bij het feit dat hij voor haar gezorgd had. Hij had alleszins veel bewondering voor haar! Toen het tegen het middaguur aan liep, ging hij naar binnen om zichzelf iets te eten te maken. Nadien reed hij met zijn auto de helling af richting het dorp. Hij parkeerde op de parking in het centrum en wandelde naar de tabac voor de krant van die dag. Sinds de temperaturen in de streek waren gestegen naar zomers niveau waren ook de talloze rekjes met postkaarten tevoorschijn gekomen. De zonneluifels waren uitgeschoven en de hele straat leek klaar voor de jaarlijkse toeristische invasie. Hij stak zijn hand op naar enkele bekende gezichten en begon voor het eerst dit jaar een uitstap te plannen naar de top van ‘de reus’. Wanneer de zon scheen en de weersvooruitzichten positief waren kon je daar aan paragliden doen. Het was zelfs na al die jaren nog een fantastische ervaring, een heel ander soort kick dan een brand blussen! In gedachten verzonken liep hij naar het rek waar zijn krant elke dag op hem lag te wachten. Hij schrok op toen hij bijna tegen Emilie aan liep. ‘Hemeltje, waar zit jij met je gedachten?’ Ze lachte erbij, alsof ze het grappig vond dat hij zo verstrooid was. ‘Ja, mijn fout, sorry. Ik was net plannen aan het maken voor later deze week. Heb je misschien zin om deze week mee te gaan paragliden? Ze keek hem aan alsof hij onzin uitkraamde. Ik hou het liever rustig. ‘Ik vrees dat ik niet zo avontuurlijk gezind ben.’ Hij haalde zijn schouders op. ’Geen probleem hoor! Hoe verloopt de jacht op een job trouwens? Al succes gehad?’ De glimlach verdween van haar gezicht, een serieuze blik kwam ervoor in de plaats. ‘Nee, eigenlijk kunnen ze nergens iemand gebruiken nu. Wel hadden ze tijdens de zomermaanden graag iemand die ook Nederlands kon, maar dat duurt nog te lang. En het zou dan ook maar een tijdelijke betrekking zijn.’ Hij besloot dat dit het geschikte moment was om zijn plan in werking te stellen. ‘Wat denk je ervan om even iets te gaan drinken. Dan heb ik misschien nog wel een idee voor jou.’ Ze leek te bedenken hoe ze hier op zou reageren. ‘En dat idee van je kan je me nu niet zeggen?’ ‘Jawel, maar ik heb dorst. Dus dacht ik dat we misschien samen iets konden drinken. Ik trakteer.’ Hij wachtte niet tot ze zou kunnen protesteren, ging naar de bar naast de tabac en zette zich daar aan een tafeltje in de zon. Hij zag haar een ogenblik twijfelen alvorens ze zich bij hem voegde. ‘Oké, ik zit. Laat je plan nu maar komen.’ ‘Geduld Emilie, eerst iets te drinken bestellen. Daarna kunnen we praten.’ Hij had weer wat tegenwerking verwacht, maar ze nam de kaart op om hem te bestuderen. ‘Wat neem jij?’ Vroeg ze met haar ogen nog steeds op de kaart gericht. ‘Wanneer ik écht dorst heb neem ik een citron pressé. Dat is de beste dorstlesser die er bestaat.’ ‘Oké, doe mij maar hetzelfde dan.’ Frederic riep de bestelling door aan de barman en richtte daarna al zijn aandacht op haar. ‘Waar ben je gaan solliciteren, als ik dat mag vragen?’ Hij keek haar heel geïnteresseerd aan. Maar hij had zelf evengoed op zijn vraag kunnen antwoord geven. ‘In al de cafés en in de winkels van het centrum. Misschien kan ik ook nog wel eens in de naburige dorpen gaan horen. Maar dat zal dan moeten wachten tot morgen. Ik heb genoeg “nee” gehoord voor vandaag.’ Net wat hij dacht dus. Ondertussen bracht de barman hun drankjes en proefde ze van de citron pressé. Ze vertrok haar gezicht bij de zure smaak van het citroensap. ‘Je hoort er suiker in te doen en je kan het aanlengen met water.’ Ze bekeek hoe hij tewerk ging en deed daarna hetzelfde. Na een nieuwe slok van haar drankje glimlachte ze. ‘Mmm, lekker!’ Haar gezicht lichtte helemaal op door die eenvoudige glimlach. ‘Luister, over dat idee van mij… Mijn zus is hier de huisarts van het dorp. Ze was tegen mij aan het klagen omdat ze meer tijd aan de telefoon verdoet om de afspraken te regelen dan dat ze werkelijk met de patiënten bezig is. Zij zou best iemand kunnen gebruiken die voor haar de afspraken noteert.’ Hoopvol keek ze hem aan. ‘Meen je dat? Denk je dat zij dat zou zien zitten?’ ‘Ik weet zeker dat zij dat zou zien zitten, want ik heb het er daarstraks nog met haar over gehad. Als jij nog één gesprek wil doen vandaag kan ik haar bellen dat je onderweg bent.’ Hij had haar blik niet losgelaten. De enthousiaste glinstering in haar ogen was hem dan ook niet ontgaan. Plots leunde ze naar hem toe en kuste hem op zijn wang. ‘Dank je, voor alles wat je al voor mij hebt gedaan de afgelopen dagen. Ik meen het, ik denk niet dat ik al ooit zo iemand als jij heb ontmoet!’ Hij voelde nog waar haar lippen zijn wang hadden geraakt. Ze zag er prachtig uit als ze zo lachte. Het kostte hem veel moeite om zich te concentreren. ‘Ik had je toch gezegd dat “jij” altijd op mij beroep mocht doen. Luister, Nicole, zo noemt mijn zus, haar praktijk is aan de overkant van de straat, naast de bakker. Je kan niet missen, er hangt een naambordje tegen de gevel.’