Hoofdstuk 4 (pag. 30-36)

ZIJ

 

Het had zo goed gedaan om te huilen. Om te praten met iemand die niet kwam aanzetten met het steeds goed bedoelde advies. Frederic had haar enkel vastgehouden en haar laten uithuilen. Ze had hem alles verteld waar ze in de laatste vijf jaar was voor komen te staan. Het leek wel alsof zijn handen een troostend effect op haar hadden. Emilie begreep dat wat hij haar zei geen loze belofte was. Frederic zou er ook echt zijn als ze hem in de toekomst nodig had. Ze had er een vriend bij, zoveel was duidelijk. Het feit dat ze op iemand anders had moeten rekenen om een situatie het hoofd te bieden kwam niet in haar hoofd op. De koppige trots was deze voormiddag opzij geschoven voor iets veel belangrijkers. Ze vond het stiekem jammer toen de brandweerwagen op zijn terugweg bij de kleine ruïne halt hield om hen op te pikken en ze hun gesprek moesten beëindigen. Frederic leidde haar naar de wagen en hielp haar om de hoge trede te nemen. Toen ze ging zitten keken drie paar ogen haar aan. Eén van de mannen gaf een deken aan Frederic die het op zijn beurt rond Emilie wikkelde. ‘Emilie, dit zijn mijn collega’s, Jean-Luc achter het stuur en Jérome naast hem is onze chef. De man naast je is Laurent. Hij is de grapjas van de bende.' Er klonk gejoel door de cabine van mannen die dringend adrenaline kwijt moesten. Wanneer ze de garage van de kazerne binnenreden hadden ze zelfs bij Emilie een glimlach los gekregen. Ze gingen tekeer als een stel uitbundige tieners. Alleen Frederic hield zich in, zag ze. Ze vroeg zich af hoe dat kwam? Misschien had hij de kick van die dag gemist door bij haar te blijven? Frederic hielp haar uit de wagen en zorgde ervoor dat ze niet over de deken struikelde toen hij met haar naar de eerstehulppost van de kazerne ging. ‘Mijn knieën zijn niet zo erg, het is niet nodig om ze te laten verzorgen.’ Het was een moedige poging, maar Frederic negeerde haar magere protest. Hij gebaarde naar een stoel waar ze kon gaan zitten en knielde naast haar neer. ‘Kijk, ik ga dit nog jaren horen van onze dokter en de rest van het team als ik jou zo naar huis breng. Je mag al van geluk spreken dat je niet eerst naar het hospitaal wordt gebracht. Maar om eerlijk te zijn lijkt me dat zelf ook wat overdreven.’ Hierbij zag ze hem voor het eerst die dag écht lachen. Zijn gebruinde gezicht kreeg een jongensachtige blik die de zorgelijke rimpel van eerder op de dag leek op te lossen. Achter hem zag ze een man in uniform op hen afkomen. Hij stelde zich voor als Patrick, de arts van de kazerne. Met een kameraadschappelijke klop op z’n schouder begroette hij Frederic voor hij zich naar Emilie keerde. ‘Ga jij even met mij mee, Emilie? Terwijl ik naar jouw knie kijk kan Frederic iets droog aantrekken. Wat een onweer hé… En jij zat daar middenin… Gelukkig maar dat Frederic jou zag zitten in die kapel.‘ Hij ging haar voor, een kleine praktijkruimte in, waar hij haar op de onderzoekstafel liet plaatsnemen. ‘Zo vertel eens wat er met die knieën is voorgevallen.’ Emilie vertelde aan Patrick dat ze enkel op haar knieën was gevallen toen ze de kapel had bereikt. En dat het ook helemaal niet zo ernstig was, ze had geen pijn, ze waren enkel geschaafd. ‘Beste Emilie, je wil niet weten wat voor ontstekingen ik al heb gezien die veroorzaakt werden door een onschuldige schaafwond.’ Ondertussen ontsmette hij vakkundig haar knieën. ‘De mannen weten dat ze direct naar mij moeten komen wanneer ze wat tegenkomen tijdens een oproep.’ Patrick keek over zijn schouder toen hij voetstappen hoorde in de gang. Twee tellen later stak Frederic zijn hoofd om de hoek. ‘Dat was snel Frederic! Wilde je een record neerzetten misschien?’ De dokter zat te schudden van het lachen toen hij Frederic zag binnen komen. ‘Lach maar, ik dacht alleen dat Emilie misschien ook wel graag iets droogs aan zou willen doen. ‘Hier is een jogging van mij. Hij zal wel wat te ruim zijn, maar hij is in ieder geval droog. Aan het einde van de gang zijn damestoiletten, daar kan je je gerust omkleden.’ Emilie nam de jogging dankbaar van hem aan en nam afscheid van Patrick. Ze liet haar blik rondwalen in de gang en zag dat de brandweerkazerne heel ruim voorzien was. Ze liep langs een fitnesszaal en een kamer waar een biljarttafel stond. Iets verder hoorde ze bedrijvigheid met potten en pannen. In de damestoiletten ging ze voor de spiegel staan en besefte ze waarom Frederic met de jogging was aan komen zetten. Haar witte zomerjurk was dan misschien wel vuil hier en daar, maar voor de rest was hij door de regen bijna doorzichtig geworden. Haar wangen werden vuurrood toen ze besefte dat ze haar allemaal zo hadden kunnen zien als Frederic haar zijn vest niet had uitgeleend in de kapel. Wilde dat zeggen dat hij het wel had kunnen zien? Toch had hij er niks van laten merken. Ze trok de jurk uit en deed het droge joggingspak aan. De sweater was een beetje ruim, maar het was de broek die het lastigste was. Frederic was een stuk langer dan zij en dus moest ze de broek in haar taille verschillende keren omdraaien. Het was overduidelijk dat ze te klein van stuk was voor deze jogging. Maar hij voelde warm aan en rook erg lekker. Wanneer ze uit de damestoiletten kwam stond Frederic haar in de gang op te wachten. ‘Kom, dan geef ik je een lift naar huis.’ Hij wachtte niet om te kijken of ze zou protesteren en ging haar voor naar de parking van de kazerne, waar zijn wagen stond.  Hij hield de passagiersdeur open om haar te laten instappen. Emilie keek nog even naar de brandweerkazerne, die gelegen was buiten de dorpskern. Het moderne gebouw was het enige dat ze in de nabije omtrek kon zien. Ze stapte in de zwarte SUV en nestelde zich in de comfortabele lederen passagiersstoel. Ze keek toe hoe Frederic om de SUV liep en eerst een sportzak op de achterbank zette alvorens hij zelf instapte. Ze voelde de vermoeidheid op haar neervallen als een donkergrijze mist. Haar vader had haar verteld dat Franse wagens om hun comfort bekend stonden. En hij had hierin zeker gelijk gehad. Terwijl ze de parking afreden, doezelde ze in en nog voor ze het centrum hadden bereikt, was ze vast in slaap.

 

HIJ

 

Hij had haar bijna onmiddellijk haar ogen zien sluiten. De sporen van het huilen waren nog zichtbaar op haar gezicht. Maar daarnaast zag ze er doodmoe uit. Bijna alsof ze de vorige nacht niet geslapen had. Hij reed het dorp door en stuurde zijn wagen de weg op die bijna direct steil omhoog begon te klimmen. Deze tijd van het jaar was het bijna niet voor te stellen dat je hier in de winter zonder een degelijke 4x4 niet kon boven geraken. Veel toeristen hadden zich er al zwaar in vergist. Ze kochten zonder nadenken een vakantiewoning op de flanken van ‘de reus van de Provence’. Diezelfde toeristen kwamen dan in de winter tot de conclusie dat de berg zich niet graag liet beklimmen. Daar waar hij in de zomer liters zweet van de sportievelingen eiste, besloot hij in de winter om de enige toegangsweg levensgevaarlijk te maken voor de doorsnee wagen. Frederic draaide het smalle pad op dat naar de chalet leidde waar Emilie verbleef. Hij schrok niet echt bij de aanblik van het zwembad. Stefan had de boel hier laten verwaarlozen na de dood van zijn tante. Waar hij wel ietwat van schrok, was de vervallen toestand van de chalets. Hij bracht zijn wagen tot stilstand bij de kleinste chalet. Toen hij Emilie uit de wagen tilde, murmelde ze wat maar werd niet wakker. Na een vlugge blik op het terras zette hij voorzichtig twee passen tot bij de deur. Met zijn elleboog duwde de deurklink naar beneden en opende de deur. Hij stapte binnen, in wat moest doorgaan als woonruimte, en zag op de tafel een lege bus allesreiniger staan. Op het aanrecht lagen verschillende poetsdoeken te drogen. Hij ging door naar de slaapkamer en vroeg zich af of hij haar wel op dit bed kon leggen. Er waren verschillende plekken op het matras en de deken rook muf. Hij kon ook nergens lakens bespeuren. Voorzichtig legde hij Emilie op het matras neer en liep naar de koffer van zijn wagen. Hij had altijd een deken in zijn auto liggen. Hij kwam wellicht niet uit de wasmachine, maar het zou beslist beter zijn dan de muffe deken die hij net had zien liggen op haar bed! Hij sprong weer achter het stuur en reed het smalle pad af . Daar draaide hij de rijweg op verder naar boven. Een halve kilometer verder lag zijn eigen huis. Vergeleken met de chalet waar Emilie in lag te slapen leek dit een villa. Hij liep naar de ingemaakte kast in de hall en haalde er propere lakens en een donsdeken uit samen met een matrasbeschermer legde hij ze op de achterbank van zijn wagen. Daarna liep hij terug naar binnen om brood, kaas en twee flesjes bier in de mand te steken. De gedachten tuimelden door zijn hoofd. Hij zou Stefan ter verantwoording roepen. Dit was ongehoord. Hij had tegen Emilie moeten zeggen dat de chalets niet meer te huur stonden, in plaats van er nog geld uit te willen slaan. Frederic durfde ervoor te wedden dat Emilie al een flink pak had betaald voordat ze de chalet nog maar gezien had. Hij stuurde zijn wagen weer naar haar chalet en nam er eerst het beddengoed uit. Toen hij weer in de kamer kwam lag ze nog steeds diep in slaap. Het was een beetje stuntelen, maar uiteindelijk kreeg hij het bed opgemaakt zonder haar te moeten wekken. Nu hij zeker was dat ze zo de nacht kon doorslapen liep hij de leefkamer in en legde zijn eigen deken uit de auto klaar op de zitbank. Zijn bed voor vannacht. Hij haalde het eten nog uit de wagen en sloot die af voor de nacht. Terwijl hij zijn biertje opende, belde hij zijn zuster op. Hij kreeg het antwoordapparaat en sprak een snelle boodschap in. ‘Hey Nicole, alles goed met je? Moest je me nodig hebben, ik zal pas morgenmiddag thuis zijn. Bel me als er iets is ok?’ Zijn mobieltje legde hij op de tafel en zelf zette hij zich met zijn biertje op de zitbank. Hij liet zijn gedachten terug gaan naar enkele uren eerder, toen ze had zitten huilen. Zou er dan helemaal niemand zijn die haar wilde steunen of helpen? Zou dat willen zeggen dat er dan ook geen man in haar leven was? Dat kon hij zich moeilijk voorstellen. Als het aan hem lag, zou ze niet meer alleen voor problemen staan. Hij zou naast haar staan als ze het hem toeliet. Tegen de tijd dat hij zijn biertje op had begon de schemering te vallen. Hij zakte onderuit op de zitbank en viel in een zeer onrustige slaap.