Hoofdstuk 2 (pag. 13-20)

ZIJ

 

Ze draaide de rijweg op en zag in haar zijspiegel Frederic staan met één hand omhoog gestoken ter afscheid en de andere hand boven zijn ogen om de zon te weren. Ze bedacht zichzelf dat ze geluk had gehad dat ze hem was tegen gekomen. Hij had zich ook helemaal niet opgedrongen toen ze er op had gestaan om de confrontatie met de moersleutel eerst zelf aan te gaan. Evenmin was hij er zich blijkbaar van bewust geweest dat zij ,tot twee keer toe, als een kip zonder kop was beginnen ratelen. Als het hem wel was opgevallen, had hij er haar niks van laten merken. Dat vond ze heel vriendelijk van hem. Nog nooit had ze een man ontmoet die haar zo van haar stuk had gebracht. Hij leek haar stoer met die brede schouders en het was duidelijk dat hij erg gespierd was. Er was ook iets ruigs aan zijn uiterlijk. Of kwam dat door de stoppelbaard die hij had staan? Zouden alle brandweermannen zo zijn? Waarom zat ze zich dat nu af te vragen? Sinds wanneer ging ze zitten mijmeren over een man. Laat staan een man die ze niet kende. Al kon het natuurlijk nooit kwaad om bij de hulpdiensten een gezicht te kennen. Waarschijnlijk zou de kans wel klein zijn dat ze de hulpdiensten van Malaucène nog ging nodig hebben. Thuis was dat de laatste tijd wel anders geweest. Sommige ambulanciers kenden haar zelfs al bij de voornaam. Maar daar was het bij gebleven. Niet dat ze nooit werd uitgevraagd, maar met de zorg van haar vader en kort daarop haar moeder waren er al snel vijf jaar voorbij gegaan zonder één enkel afspraakje met een man. Héél af en toe was ze met een vriendin een glas gaan drinken. En dat kon dan alleen maar wanneer ze wist dat er een bekwame verpleger of verpleegster bij haar moeder bleef. Hier in de Provence wilde ze terug een beetje het gevoel krijgen dat ze wel degelijk leefde. Nu haar gedachten zo waren afgedwaald miste ze de pracht van de omgeving. De kleine gehuchtjes die tegen de flanken van de heuvels lagen. De prachtige Mont Ventoux waar ze steeds dichterbij kwam. Het ontging haar allemaal, tot ze tussen de met platanen omzoomde baan reed die haar in het hart van haar zo geliefde dorp bracht.

Het liep al tegen vieren toen ze eindelijk Malaucène binnen reed. De siësta was al lang voorbij en de lokale bevolking was weer aan het werk gegaan. Enkele sportieve toeristen zaten te bekomen van een immense prestatie. Maar rond deze tijd van het jaar viel de drukte nog heel goed mee. De winkels waren weer open en het dagelijkse leven hernam zich op het zuiderse ritme. Babbeltjes hier en daar, geen stress, geen zorgen. Hier had ze zo wanhopig naar gesnakt… Ze parkeerde haar wagen op de parking in het centrum van het dorp, gehuld in de schaduw van de bomen. Daar waar ze in de zomer, wanneer de zon op haar hoogst stond, alsnog zouden wegsmelten in de zuiderse hitte. Vanop de passagierszetel nam ze haar handtas en slenterde naar een terras vanwaar ze een goed overzicht had op het bedrijvige centrum. Ze bestelde zichzelf haar welverdiende koffie en bedacht dat ze dat zeker nog op haar winkellijstje moest zetten. Daarna haalde ze haar mobieltje boven om vervolgens de nummer van ‘Le petit paradis’ in te drukken. De telefoon sprong op automatisch antwoordapparaat en Emilie sprak haar boodschap in. Ze hoopte maar dat ze niet te lang moest wachten op de eigenaar, want de vermoeidheid begon zich te laten voelen. Ze was niet gewoon om zo’n lange afstanden te rijden en had uit voorzorg onderweg een hotel genomen. Maar zelfs verdeeld over twee dagen begon de reis nu op haar te wegen. Stilaan begon ze te snakken naar een bed waar ze haar ogen mocht sluiten voor de nacht. Het vakantiedomein  ‘Le petit paradis’ bestond uit een zestal houten vakantiehuisjes die beneden op de flanken van de ‘Mont Ventoux’  stonden. Ze stonden rond een gezamenlijk zwembad en waren van vrijwel alle gemakken voorzien. De huisjes waren niet groot, maar zeker groot genoeg voor haar alleen. Ze had wel contact gehad via mail met de huidige eigenaar voor haar vertrek en deze had haar verzekerd dat er nog een vakantiehuisje voor twee personen vrij was. Gelukkig ging na een tiental minuten wachten haar mobieltje over. Een blik op het scherm leerde haar dat het de eigenaar was. ‘Hallo, u spreekt met Emilie’ zei ze opgewekt. ‘Ah, oui, u spreekt met de eigenaar van ‘le petit paradis’ . U had me gebeld in verband met een chalet in Malaucène? Bent u nog steeds geïnteresseerd?’ Het klonk wel alsof hij het niet goed kon geloven.

‘Natuurlijk meneer, ik ben zonet aangekomen.’ Ze vond de reactie van de man heel ongewoon. Ze had hem toch zeker wel gezegd wanneer ze zou aankomen toen ze haar trip besloot te maken? ‘Bent u al bij ‘ Le petit paradis’ aangekomen dan?’ vroeg de man op zijn beurt. ‘Nee, op dit moment ben ik nog beneden in het dorp. Ik wilde u eerst bellen en enkele boodschappen doen alvorens ik naar boven reed.’  Tot haar verbazing kreeg ze als antwoord: ’Ga maar gerust naar boven er zit een sleutel op de deur. Ik woon te ver weg om zomaar even tot daar te rijden. Je kan de betaling overmaken via het bankautomaat in Malaucène voor je aan de klim begint.’ Daarna hing de man zomaar de telefoon op. De vorige eigenares was steeds met de gasten tot aan de huisjes gegaan en had zich er van willen verzekeren dat alles naar wens was. Tegenwoordig was dat misschien niet meer de gewoonte. Iedereen deed alles vanop afstand de dag van vandaag. Men ging zelfs niet meer naar de winkel voor de boodschappen, ze werden gewoon via het net besteld en thuis geleverd. Maar ze kon er zich niet echt druk in maken. Blij dat ze haar bestemming gehaald had, betaalde ze haar koffie en wandelde naar de superette aan de overkant van de weg. Ze reed met haar winkelkar naar binnen en begon in gedachten een winkellijstje op te maken. ‘Zozo, dat is de tweede keer vandaag dat we elkaar tegenkomen.’ De stem klonk nu reeds veel te bekend in haar oren. Geschrokken keek ze op en keek in een paar vriendelijke ogen. Waren die donkerbruin? ‘Oh, het spijt me zo, ik zat met mijn gedachten bij mijn winkellijstje.’ Hij glimlachte even en keek naar haar nog lege kar. ‘Blijkbaar heb je nog niet zoveel kunnen vinden.’ ‘Eh, ja, ik zoek vooral koffie, want dat is zeker het belangrijkste dat ik nodig heb!’ Zijn glimlach werd breder. ‘Koffie, dus? Zijn de Belgen daar ook zo gek op dan?’ Ze haalde haar schouders op en vroeg zich af waar hij met dit gesprek heen wilde. Maar blijkbaar zat hij niet te wachten op haar antwoord, want hij ging gewoon verder. ‘Hebben ze geen koffie in het hotel dan?’ vroeg hij. ‘Ik logeer helemaal niet in een hotel. Ik heb een klein vakantiehuisje gehuurd op de flanken van ‘de Ventoux’. Er verscheen een rimpel op zijn voorhoofd. ‘Volgens mij staat er maar één huis en dat is het mijne. Je bedoelt toch zeker niet  ‘Le petit paradis’? Hij klonk  verbaasd. ‘Ja, waarom is daar iets mis mee misschien? Wij gingen er vroeger altijd op vakantie en hebben er prachtige tijden beleefd!’ Ze voelde de lichte drang om haar idyllische vakantiebestemming te verdedigen. ‘Ik durf er voor wedden dat je nog zult schrikken. Ik betwijfel zelfs dat die luie Dujardin helemaal tot hier komt rijden, om dan tot de constatatie te komen dat jij er niet wilt blijven!’ Zijn antwoord deed haar twijfelen. Zou het echt zo erg zijn? Ze begon er een beetje zenuwachtig van te worden. Frederic had  in ieder geval over één ding gelijk. De eigenaar, Stefan Dujardin, nam inderdaad niet de moeite om te komen… Er stond niks anders op dan zelf op ontdekking te gaan. ‘Als je het niet erg vind, zou ik nu graag verder gaan met mijn inkopen.’ Terwijl ze dat zei keek ze hem een ogenblik recht in de ogen en schrok van het effect dat dat op haar had. Een vreemde gewaarwording trok door haar onderbuik en ze wist niet wat ze er van moest denken. In haar vierentwintig jaar was ze nog nooit zo van slag geweest door een man. Tijdens haar schooljaren was ze wel een paar keer uit geweest een jongen. Maar dat had nooit veel te beteken gehad. Later had ze gewoonweg de tijd noch de energie gehad om zulke gevoelens toe te laten. Een serieuze relatie was nog niet aan haar besteed geweest. En het was nog maar de vraag of ze daar nu wel klaar voor was. Als ze eerlijk was met zichzelf, moest ze toegeven dat ze daar het antwoord niet op wist. Toch leken zijn ogen een aantrekkingskracht op haar uit te oefenen waar ze het bestaan nog niet van kende.

 

HIJ

 

‘Mocht je om de één of andere reden hulp nodig hebben om de chalet bewoonbaar te maken, dan mag je me altijd komen roepen. Mijn huis bevind zich vlak naast het terrein van “Le petit paradis”.’ Hij zei het heel nonchalant, maar hij voelde zich allerminst zo. ‘Dank je, maar het zal me wel lukken. Trouwens, ik ben gewend om de problemen zelf aan te pakken.’ Waarna ze heel liefjes glimlachte. Het was wel duidelijk dat ze gewoon was om haar eigen boontjes te doppen. Maar het idee dat ze daar helemaal alleen zou zitten stond hem allerminst aan. Hij vroeg zich af in welke staat ze de chalets zou aantreffen, wetende dat Stefan al in geen jaren meer een onderhoud aan de chalets had gedaan. De gemeente had hem al meermaals verwittigd dat hij aan de brandveiligheid moest denken. Maar die man lapte die raadgevingen gewoon aan zijn laars. Alsof de wetgeving voor hem niet van tel was. Zelfs de bekeuring die hem boven het hoofd hing leek hem niet te interesseren. De wetenschap dat hij in de buurt was wanneer ze hem nodig zou hebben bracht hem echter geen rust. Hij betwijfelde of ze er zelfs maar aan zou denken om hem om hulp te vragen. Daarstraks waren ze op een verlaten weg geweest. En toen had ze ook alles eerst zelf willen proberen. Ze was er zolang mee bezig geweest tot ze vuil en bezweet was geweest en haar bruine krullen uit haar paardenstaart ontsnapt waren. Hier had ze een dorp vol mensen bij wie ze hulp kon vragen. En haar Frans was zeker niet slecht. Integendeel, het leek hem zelfs dat ze de taal goed meester was. Maar hij was er zeker van dat ze eerst zelf de koe bij de hoorns zou vatten. Met een vlugge glimlach nam ze afscheid en ging verder op zoek naar koffie.

Zelf ging hij met een nieuwe voorraad voor zijn koelkast nog even langs de kazerne om een rapport te schrijven over de wijngaard van François. Hij had de goedkeuring voor de verkoop nodig om een betere prijs te kunnen krijgen voor de grond. Hij zette bij aankomst zijn boodschappen in de koelkast en hing er een briefje met zijn naam op. Het was de enige manier om zeker te zijn dat het niet werd verorberd door zijn collega’s. Hij hield van die mannen en voelde zich hier meer thuis dan in zijn eigen woning. Met plezier zou hij dubbele shiften draaien, maar de commandant was daar behoorlijk streng in. Veiligheid voor alles! Al kon hij die redenering best volgen. Wanneer er bosbranden waren in de zomer, was aflossing en rust broodnodig. Maar tijdens de rest van het jaar was het hier niet drukker dan ergens anders. Ze hadden buiten  Malaucène nog drie gehuchten met bijhorende bossen en velden onder hun hoede. En ook werd er bijgesprongen wanneer naburige afdelingen voor een bosbrand kwamen te staan. Maar daar draaide de job om natuurlijk. Dat was de keuze die ze allemaal gemaakt hadden. Door de dingen die ze meemaakten, werden ze een hecht team, dat volledig op elkaar was ingespeeld. Soms was een blik voldoende om de man die naast je stond te begrijpen. Wanneer ze op de kazerne zaten werd alles besproken. De ervaringen van het werk, maar ook persoonlijke dingen. Relaties, zwangerschappen… Niemand zou het in zijn hoofd halen om het buiten de kazerne te herhalen. Zo zaten ze gewoon ineen. Drie dagen waren ze dag en nacht paraat om daarna drie dagen thuis te zitten wachten tot ze weer konden beginnen. Zo voelde het althans voor Frederic. Hij was van het hele team de enige die vrijgezel was. Zijn collega’s hadden de hoop stilaan opgegeven. Ze vermoedden dat hij een verstokte vrijgezel zou blijven die zijn vrijheid niet kon opgeven. Nog geen enkele vrouw was er in geslaagd om een blijvende plek te veroveren. Niet in zijn gedachten, laat staan in zijn hart. Er was niemand om op hem te wachten, zelfs geen hond. Zijn ouders waren na hun pensioen op wereldreis vertrokken en zijn zus had een drukke dokterspraktijk in het dorp. Maar zijn huis was niettemin leeg wanneer hij thuis kwam.