Hoofdstuk 16 (pag. 141-146)

ZIJ

 

Emilie had nog nooit een begrafenis van een brandweerman meegemaakt. En ze vond het behoorlijk indrukwekkend. Het leek wel alsof het hele dorp zich bij de brandweerkazerne had verzameld. Drie brandweerwagens reden stapvoets voor de lijkwagen. En achter Fabienne liep het voltallige korps van Malaucène. Toen ze bij de kerk aankwamen werd er door de brandweermannen van de andere teams een erehaag gevormd terwijl de mannen van zijn eigen team de kist op hun schouders droegen. Voorop liep de commandant met de helm van Jérome in zijn handen. Op het einde van de dienst werd die aan Fabienne overhandigd.

Later was er nog een bijeenkomst in de kazerne voor iedereen die Jérome had gekend. Emilie ging tot bij Nicole en vroeg of ze haar even kon spreken. ‘Nicole, het spijt me, maar ik kan niet in Malaucène blijven.’ Nicole keek haar onderzoekend aan en vroeg haar waar ze heen wilde gaan. ‘Ik keer terug naar België. Het is daar sowieso veel goedkoper om iets te huren dan hier. Nicole antwoordde ‘Ik begrijp het Emilie, maar neem voor je gaat afscheid van Frederic alsjeblieft. Want hij zal er kapot van zijn dat je weggaat.’ Na afloop ging Emilie tot bij Frederic die ergens helemaal afgezonderd was gaan staan. Ze legde haar hand op zijn rug om hem te troosten. Hij draaide zich niet om, maar stuurde haar ook niet weg. Emilie wreef met haar hand heen en weer en bedacht dat het waarschijnlijk het beste was om niets te zeggen. Er waren ook niet echt woorden die hem troost konden geven, dat wist ze uit eigen ervaring. Minuten gingen voorbij alvorens hij sprak. ‘Bedankt Emilie.’ Hij draaide zich om en keek haar aan. ‘Geen dank, ik weet hoe je je voelt.’ Ze loog niet en hij wist het. Misschien, dacht ze, zou hij nu een idee krijgen waarom ze het zo moeilijk had wanneer hij ging werken. Misschien zou hij nu snappen waar ze zo bang voor was. ‘Ik mis je Emilie. Ik meen het.’ Ze kreeg een krop in haar keel. ‘Ik mis jou ook.’ Emilie bleef niet wachten op zijn reactie maar draaide zich om en ging op weg naar het hotel. Als ze hem de tijd had gegeven om haar te vragen om terug te komen wist ze niet of ze ‘nee’ had kunnen zeggen. De hele weg terug liepen de tranen over haar kaken omdat ze eindelijk de liefde had gevonden, en ze die zelf had opgegeven. Ze zou straks wel langsgaan om afscheid te nemen. Dat wilde ze liever zeggen wanneer ze met hem alleen was.

HIJ

 

Wanneer ze zei dat ze hem ook miste had hij even hoop gehad. Maar ze had zich zo snel omgedraaid, dat hij zich daarna afvroeg of hij haar wel goed verstaan had. Maar het feit dat ze naar hem was gekomen zag hij als een hoopgevend teken. Misschien was alles nog niet verloren. Frederic wandelde terug naar de rest van het korps toen hij Nicole uit de menigte naar hem toe zag komen.

‘Waar is Emilie naartoe?’ Het was hem onmiddellijk duidelijk dat Nicole boos op hem was. Zijn stekels kwamen omhoog wanneer ze zo tegen hem deed. ‘Ik vermoed dat ze naar het hotel is gegaan.’ Nicole nam hem bij zijn arm en ging met Frederic naar de picknicktafel die buiten stond. Ze plantte zich neer en verwachtte duidelijk dat hij het zelfde deed. Hij wist bij voorbaat dat er geen ontkomen aan was, dus deed hij wat ze wilde en ging zitten. ‘Frederic, je bent mijn broer en dus kan ik niet anders dan van je houden. Maar dat wil niet zeggen dat ik je geen grote dommerik kan vinden! Je hebt eindelijk de perfecte vrouw voor jou gevonden en dan laat je haar gaan zonder voor haar te vechten!’ Dit was wat hij in het verleden had willen ontwijken. Geen vrouwen die aan zijn oren kwamen zagen om hun wil op te dringen. ‘Wat wil je dan dat ik doe Nicole? Ik heb haar gezegd dat ze  zich geen zorgen hoeft te maken, maar het heeft niets uitgehaald.’ Frederic hield zijn handen hulpeloos in de lucht. ‘Ze zegt me ook niet wat ze wil dat ik doe. Het zou veel simpeler zijn wanneer ze dat wel deed.’ Nicole zette zich met haar gezicht naar de zon gedraaid en lachte bij zichzelf. ‘Frederic, Emilie zal jou nooit zeggen wat je moet doen. Dat is iets wat je zelf hoort te doen. Wat zou ervoor zorgen dat zij zich geen zorgen meer hoeft te maken denk je?’ Hij keek haar aan met een zorgelijke rimpel boven zijn wenkbrauwen. ‘Nicole, ik weet wat je wil zeggen, daar heb ik zelf ook aan gedacht. Maar ik heb nooit iets anders gedaan dan dit. En ik ben niet zoals jij gaan verder studeren, dus er is geen papiertje waar ik op kan terugvallen.’ Hij zag dat zijn zus even zat na te denken en hij was blij dat er iemand samen met hem wilde kijken hoe hij dit moest oplossen. Zijn gedachten flitsten steeds tussen Jérome en Emilie over en weer. En hoewel zijn hoofdpijn was afgenomen voelde hij zich nog steeds niet zoals het hoorde. ‘Is er niets wat je binnen het korps zou kunnen doen, maar waarvoor je niet in het vuur hoeft te gaan?’ Waarom was hij er zelf nog niet eerder opgekomen? ‘Natuurlijk! Je bent de beste zus die ik maar kan wensen!’ Hij gaf Nicole een kus op haar voorhoofd en ging meteen op zoek naar de commandant.

Nu Emilie er niet meer was had hij zijn kookkunsten opgeborgen om weer terug te vallen op pizza. Gelukkig zaten er nog enkele in de vriezer en nadat hij was thuisgekomen van de kazerne stak Frederic er net een in de oven toen hij haar wagen op het grind voor zijn huis hoorde. Ze had hem zeker niet de indruk gegeven dat ze van plan was om bij hem langs te komen, wat maakte dat hij zelfs zenuwachtig werd wanneer hij haar op de deur hoorde kloppen. Hij deed de deur open en zag dat ze  donkere kringen onder haar ogen had. ‘Ik moet met je praten Frederic.’ Frederic nam haar hand in de zijne en was blij dat ze het toeliet. ‘Dat is toevallig want ik wilde morgen met jou komen praten.’ Frederic ging haar voor naar de woonkamer en ging op de bank zitten. Even stond ze te twijfelen, maar dan gaf ze zichzelf gewonnen en ging ook zitten. ‘Zeg jij maar eerst Emilie.’ Haar ogen sloeg ze neer maar niet voordat hij had kunnen zien dat ze vochtig waren. ‘Ik vertrek morgen naar België.’ Frederic had het gevoel alsof ze hem een stomp in zijn maag had gegeven. ‘Waarom ga je weg Emilie?’ Ze keek hem even aan voordat ze haar blik weer afwendde. ‘Ik kan hier niet blijven Frederic.’ Hij nam haar kin in zijn handen en zorgde ervoor dat ze hem aankeek. ‘Nu is het mijn beurt om te praten Emilie. Ik begrijp waarom je bang bent, nu nog beter dan eerst, moet ik eerlijk toegeven. Zou het helpen als ik geen brandweerman zou zijn?’ Ze stopte hem voordat hij verder kon praten. ‘Ik kan je niet vragen om je werk op te geven voor mij Frederic. Ik weet dat jullie een speciale band hebben, en dat ga je niet snel ergens anders tegenkomen.’ Hij glimlachte naar haar en ving met zijn duim een traan op. ‘Jij zou de eerste en de enige zijn die me dat wel zou mogen vragen Emilie. Maar ik geef toe dat ik het veel eerder zelf had moeten aanpakken in plaats van te wachten totdat het voor jou te veel werd.’ Hij zag haar verward kijken. ‘Wat wil je nu zeggen Frederic? Ik ben bang dat ik je niet kan volgen.’ Frederic verschoof een beetje en nam haar handen in de zijne. ‘Nadat jij bent doorgegaan heb ik een donderpreek van mijn zus gehad. Ze vroeg me of ik je zo maar uit mijn leven wilde laten verdwijnen. Dus heb ik gedaan wat ik al veel eerder had moeten doen, en ben ik met de commandant gaan praten.’ Frederic wreef zacht over haar handen en keek in haar verdrietige ogen. ‘Ik ben niet langer een brandweerman Emilie, ik ga me omscholen tot ambulancier. Op die manier zal ik nog steeds bij het zelfde team zitten, alleen hoef ik geen brandende gebouwen meer in te gaan.’ Even vroeg hij zich af of ze hem wel goed gehoord had. ‘Emilie?’ Ze veegde haar tranen weg en keek ietwat onzeker naar Frederic. ‘Bedoel je dat jij nooit meer moet blussen?’ Hij had verwacht dat ze blij zou zijn, maar er bleken alleen maar meer tranen over haar kaken te lopen. ‘Ja, dat klopt. Vind je dat goed Emilie?’ Emilie beantwoorde zijn vraag niet. Ze sloeg haar armen rond zijn nek en legde haar natte gezicht tegen zijn schouder. ‘Emilie, waarom huil je zo? Zeg me wat ik moet doen.’ Ze schudde haar hoofd heen en weer en mompelde tegen zijn schouder. ‘Ik huil omdat je me gelukkig maakt. Ik hou van je Frederic, en ik wil dat je me vasthoudt.’ Frederic deed wat hem gevraagd werd en hield haar in zijn armen. ‘Liefje, wil dat zeggen dat je hier blijft en niet terug naar België gaat?’ Terwijl ze naar hem lachte, knikte ze hevig. ‘Natuurlijk blijf ik hier! Frederic, ik was je de vorige dagen ook kwijt, en het voelde bijna net zo pijnlijk als het verlies van mijn ouders. Ik wil nooit meer bij je weg!’ Wat ze zei klonk hem als muziek in de oren. Ze wilde bij hem blijven! En hij zou er persoonlijk voor zorgen dat ze nooit meer verdrietig hoefde te zijn. Hij begroef zijn gezicht in haar haren en fluisterde zachtjes in haar oor. ‘Ik hou zoveel van je!’  Zijn favoriete blos kwam op haar kaken tevoorschijn en ze wisten beiden wat er nu zou volgen. Hij zocht haar lippen met zijn mond en kuste haar hartstochtelijk. Het was geweldig om haar weer in zijn armen te kunnen houden. Haar lichaam voelde zacht en warm aan, net zoals het hoorde. Na een kus die eindeloos leek te duren maakte ze haar lippen los van de zijne en keek hem vragend aan. ‘Frederic, zou het kunnen dat er iets aan het aanbranden is?’ Hij keek op en draaide zijn hoofd naar de keuken. ‘Ja, pizza. Eet je mee?’ In zijn ogen zag Emilie een brandend verlangen en ze zei slechts: ‘Straks’.