Hoofdstuk 15 (pag. 132-140)

ZIJ

 

Ze had de slaap niet meer kunnen vatten nadat hij vertrokken was. Haar schouders voelden gespannen aan en ze nam een douche in de hoop dat de warme waterstralen hun werk zouden doen. Wanneer ze even later naar de keuken liep, waren haar spieren nog even gespannen als daarvoor. Naast het koffieapparaat vond ze een briefje: Geniet van de koffie. Ik hou van je! Frederic. Ze kende niemand die zo romantisch was als hij, dacht ze. Snel nam ze haar mobieltje en stuurde hem een berichtje. Ik hou ook van jou. Ze dronk haar koffie en nam een kom ontbijtgranen. Aangezien ze zo vroeg klaar was en met haar wagen snel bij haar werk zou zijn, kon ze het rustig aan doen. Haar gedachten gingen terug naar de avond ervoor, en ze moest toegeven dat het heel gezellig was geweest. Frederic kon heel lekker koken, en hij had er een romantisch etentje van gemaakt. Ze had verwacht dat hij met haar had willen vrijen, ze vermoedde dat hij had aangevoeld dat ze daar geen behoefte had aan gehad. Het was opmerkelijk hoe goed ze elkaar kenden, het leek wel alsof ze voor elkaar bestemd waren. En daarom was het eens zo jammer dat er op de een of andere manier een schaduw over lag. Ze stopte haar gedachten door in haar wagen te stappen en zich op de afdaling te concentreren.

In de praktijk trof ze Nicole en ze praatten samen nog een beetje over Fabienne en de baby voordat de praktijk open ging. Net zoals Emilie begreep Nicole niet waarom Jérome zo snel weer aan het werk wilde. ‘Die mannen vertrouwen heel erg op elkaar, maar iedereen zou er begrip voor opbrengen als hij deze shift had overgeslagen. Het is zo typisch!’ Nicole schudde haar hoofd terwijl ze sprak. Emilie zag duidelijk dat er bij Nicole frustraties naar boven kwamen. ‘Nicole, is dat de reden waarom jij gescheiden bent?’ Emilie had er tot nu niets over willen vragen, maar ze moest toegeven dat ze wel benieuwd was. ‘Dat was niet de reden, nee. Mijn ex nam het niet zo nauw met trouw in ons huwelijk. En hij vond het erg jammer dat ik daarachter ben gekomen.’ Ze wilde duidelijk niet verder doorgaan over haar ex want ze kwam achter Emilie staan en zei: ‘Maar je hoeft niet bang te zijn, zo zit mijn broer niet in elkaar. En ik ben er ook zeker van dat hij niet zo zou denken als Jérome!’ Vervolgens ging ze naar de deur en opende die zodat de patiënten binnen konden komen. Emilie zette het automatisch antwoordapparaat af en begon zelf ook aan haar werkdag.

Emilie kreeg geen nieuwe berichtjes binnen van Frederic en ze wist heel goed wat dat betekende ondertussen. Maar het lukte haar relatief goed om haar aandacht af te leiden. Ondertussen kende Emilie de meeste patiënten en begonnen de mensen vaak met haar een praatje te maken. Zo stond ze ook een praatje te maken toeb ze buiten op straat een hels kabaal hoorde. Mensen begonnen te roepen en een man kwam de wachtkamer binnengelopen. Hij riep dat de brandweer moest gebeld worden. Volgens de man was er een brand uitgebroken in de tabac aan de overkant. Emilie handelde op automatische piloot en deed wat er haar gevraagd werd. Aan de andere kant van de lijn hoorde ze een mannenstem die haar op een heel rustige manier te woord stond. Binnen de kortste keren waren er in de wachtkamer geen patiënten meer te zien. Iedereen was naar buiten gelopen om te kijken naar de sensatie van deze week. Het was pas wanneer ze de sirenes dichterbij hoorde komen dat ze zichzelf niet meer kon tegenhouden. Op het moment dat ze buiten stapte zag ze hem uit de wagen springen. Nog nooit had ze Frederic gezien met zijn helm op en ze moest toegeven dat hij er erg indrukwekkend uitzag. Hij keek niet naar haar en daar was ze blij om. Ze wilde niet dat hij uit zijn concentratie zou geraken door haar. Naast haar kwam Nicole staan en ze voelde hoe die haar hand vast nam. De vlammen sloegen uit de ramen en het dak was aan het roken zag ze. Op straat was er een vreemde stilte onder de toeschouwers terwijl het geluid van de brand haar erg deed denken aan de kleine bommetjes die bij grote sportmanifestaties weleens gebruikt werden door supporters. Enkele brandweermannen stonden langs buiten te blussen maar Frédéric kon ze niet zien. Hij was aan de andere kant van de brandweerwagen bezig wist ze. Het bloed trok uit haar gezicht toen ze zag dat hij samen met Jérome klaarstond om naar binnen te gaan. Haar knieën werden slap en Nicole zette haar op het kleine muurtje dat tussen de praktijk en de bakkerij stond. ‘Wil je naar binnen?’ Maar Emilie schudde haar hoofd en keek gebiologeerd toe, en zag hoe Frederic binnen ging in het brandende huis. Na een paar minuten leek het wel alsof er geen uitweg meer mogelijk was zonder dat hij door de vlammen zou moeten. Er klonk een enorm gekraak en iedereen slaakte een kreet toen ze zagen hoe het dak instortte. Emilie kon zich niet bewegen. Ze keek toe en zag hoe de brandweermannen licht panikeerden omdat er twee van hun mannen binnen waren. Ze hoorde commando’s roepen en ze namen andere posities in. Er werd op de voordeur gesproeid en als bij wonder zag ze twee mannen buiten komen strompelen. De omstaanders begonnen te applaudisseren, maar Emilie en Nicole zaten samen op het muurtje te huilen. De mannen werden onmiddellijk naar de ziekenwagen gebracht die vervolgens met een vliegende vaart naar het hospitaal vertrok. Emilie kwam uit haar waas van tranen en liep naar binnen om haar sleutels te halen. Ze trok Nicole mee naar haar wagen en reed in een veel te snel tempo achter de ziekenwagen aan. Ze parkeerde haar wagen naast de spoedafdeling en samen liepen ze naar binnen.

Aan een medewerkster die achter de balie zat vroegen ze achter Frédéric en Jérome en het was enkel omdat Nicole kon aantonen dat ze de zus van Frédéric was dat ze naar de unit werden gebracht waarin hij lag. Emilie haar hersenen leken wel verlamd. Het was pas wanneer ze zag dat hij met de dokter aan het praten was dat ze iets rustiger werd. Hij keek op toen ze naar hem stond te kijken en leek te schrikken maar ze kon niet zeggen van wat. 'Liefje, wat doe jij hier? Je moet niet ongerust zijn, ik ben oké. Gaat het wel met je?' Emilie voelde dat ze stond te wankelen op haar benen. Ze zocht steun aan de bedrand en dwong zichzelf om diep adem te halen. Nicole trok een stoel bij en Emilie was haar dankbaar dat ze kon gaan zitten. 'Wat denk je dat ik hier doe Frédéric? Ik heb je zien binnengaan en ook weer zien buitenkomen. Natuurlijk zit ik dan nu hier!' Haar stem sloeg over en Frédéric schrok een beetje van haar reactie. 'Nu ik zie dat jij in orde bent, broertje van me, ga ik even polsen hoe het met Jérome gaat.' Zijn ogen draaiden van Emilie naar Nicole en het leek of hij nu pas doorhad dat zijn zus ook in de kleine kamer stond. Hij knikte even en richtte zijn aandacht vervolgens weer op het bange meisje dat naast zijn bed zat.

Jérome, die in een andere kamer was binnengebracht was er minder goed aan toe geweest. Zijn verwondingen waren vrij ernstig. Brandwonden, al waren die dankzij het beschermende pak niet zo ernstig, inwendige bloedingen en naar alle waarschijnlijkheid een hersentrauma. Een oproep werd gedaan om de operatiekamer in orde te brengen maar meteen daarna kwam er iemand aangelopen met een crashwagen. Zo'n crashwagen bevatte onder andere een defribilator. Tegen de tijd dat Nicole had uitgedokterd in welke unit Jérome lag, werd de crashwagen alweer buitengereden, gevolgd door een teneergeslagen arts. 'Dokter...?' De arts keek in Nicole's vragende ogen maar schudde spijtig zijn hoofd. Nicole slenterde verdoofd terug naar Frédéric en vertelde hen wat ze net had te horen gekregen.

Na even inlichtingen gevraagd te hebben werden ze naar de kamer gebracht waar Jérome en Frederic lagen. Voordat ze de deur opende haalde Emilie diep adem en ging daarna naar binnen. De kamer werd in twee verdeeld door een scherm en Frederic lag het verste van de deur. Ze liep onmiddellijk door naar Frederic maar vanuit haar ooghoek kon ze zien dat ze Jérome aan het reanimeren waren. Haar hersenen waren verlamd en weigerden te functioneren. Het was pas wanneer ze zag dat hij met de dokter aan het praten was dat ze iets rustiger werd. Hij keek op toen ze naar hem stond te kijken en leek te schrikken maar ze kon niet zeggen van wat. ‘Liefje wat doe jij hier? Je moet niet ongerust zijn, ik ben ok. Gaat het wel met je?’ Emilie voelde dat ze stond te wankelen op haar benen. Ze zocht steun aan de bedrand en dwong zichzelf om diep adem te halen. Een verpleegster bracht haar een stoel en ze was blij dat ze kon gaan zitten. ‘Wat denk je dat ik hier doe Frederic? Ik heb je zien binnengaan en zien buitenkomen. Natuurlijk ben ik dan hier!’ Achter haar kwam Nicole tevoorschijn die hen vertelde dat Jérome het niet gehaald had. Frederic liet zijn hoofd zakken en ze zag dat zijn schouders schokten. Stil stond ze op, ze ging naast zijn bed staan en nam zijn hand in de hare. Nicole fluisterde dat ze naar Fabienne ging die op een verdieping hoger lag met de baby. Een hele tijd bleef ze zo met zijn hand in de hare staan zonder dat er een woord gezegd werd. Over haar eigen kaken liepen tranen die ze niet kon stoppen. Ze kon maar aan één ding denken en dat was dat zij dit nooit wilde meemaken. Emilie schrok op toen Frederic zijn armen troostend over haar rug liet gaan. Ze keek hem aan begon nog harder te huilen. ‘Frederic ik kan dit niet, het spijt me. Fabienne en haar baby…’ Hij keek haar aan en nam haar gezicht in zijn handen. ‘Emilie, ik heb je toch beloofd dat ik je nooit in de steek zal laten.’ Ze sprong als door een wesp gestoken op en schepte zo afstand tussen hen. ‘Jij kan mij dat niet beloven Frederic en dat weet je zelf heel goed! Ik kan dit niet sorry.’ Ze stond te huilen omdat ze goed besefte dat ze hiermee een eind maakte aan hun relatie. ‘Wat wil je dan van me Emilie?’ Hij was zelf recht komen zitten en ze zag dat het hem moeite kostte. Waarschijnlijk had hij wel pijn, maar dat zou hij haar nu nooit toegeven. ‘Ik vraag niets van jou. Ik weet alleen dat ik dit nooit zal kunnen en ik hoop dat jij daar begrip voor op kunt brengen. Wanneer ik mijn kledij heb opgehaald zal ik mijn sleutel onder de mat leggen. Ik zal een kamer nemen in het hotel in het centrum.’ Frederic keek haar aan met een gepijnigd gezicht. ‘Emilie, alsjeblieft, ga niet weg, ik hou van je! Doe dit niet!’ Ze schudde haar hoofd draaide zich om liep de kamer uit. Ze dacht aan Janine die boven van Nicole het slechte nieuws kreeg en haastte zich vervolgens naar de uitgang. Emilie stuurde Nicole een bericht dat ze naar huis ging omdat zij en Frederic uit elkaar waren. Ze reed met een waas voor haar ogen naar het huis van Frederic en stak haar kledij in enkele plastiek zakken die ze vond en zette ze in de koffer. Zodra ze klaar was, reed ze met haar wagen naar een van de hotels die zich in het centrum bevonden. Ze nam er een kamer en zodra ze haar kledij boven had gekregen, kroop ze in haar bed en huilde uren aan een stuk. De tijd kroop tergend langzaam voorbij en ze negeerde het honger gevoel dat ze kreeg toen het tegen etenstijd liep. Laat op de avond, het was ondertussen al donker aan het worden, werd er op haar deur geklopt en ze hoorde Frédéric an de andere kant van de deur haar naam roepen. Het betekende weliswaar dat hij uit het hospitaal ontslagen was en daar was ze blij om. Toch weigerde ze halsstarrig om de deur te openen of zelfs maar te reageren op zijn smeekbeden die hij aan de andere kant van de deur uitte. Na een tijdje hoorde ze dat de voetstappen zich verwijderden.

HIJ

 

Frederic was zo snel als hij kon naar zijn huis gereden om te zien of ze echt weg was. Hij had gehoopt dat ze zich bedacht zou hebben. Emilie was een heel emotionele vrouw, dat had hij van in het begin al geweten. Maar hij had nooit gedacht dat ze zou weggaan bij hem. Hij wist dat ze van hem hield, dat zag hij in haar ogen wanneer hij met haar de liefde bedreef. Toen hij zag dat ze er niet meer was, was hij naar het dorp gereden met de bedoeling ieder hotel af te gaan tot wanneer hij haar gevonden had. Lang had hij niet hoeven te zoeken want al bij het tweede hotel dat hij aandeed, kreeg hij te horen dat ze er inderdaad logeerde. Hij kon haar horen snikken door de deur, maar ze wilde de deur niet voor hem openen.

Vandaag was werkelijk de ergste dag van zijn leven. Zijn beste vriend en collega was er niet meer, het was niet te geloven. Frederic was bij Fabienne geweest voordat hij naar huis was gereden. Het was verschrikkelijk geweest! Fabienne was een gebroken vrouw. Waarschijnlijk had Emilie er ook zo uitgezien toen haar ouders overleden waren. Emilie, Emilie, Emilie,… Ze zweefde de hele tijd door zijn gedachten. Hij kwam ’s avonds in een leeg huis en miste haar enorm. Haar geur hing nog in zijn bed en hij wist dat hij ergens een grote fout had gemaakt. Hoe had hij moeten reageren toen ze in het hospitaal stond te huilen? Hij had er zelf met barstende hoofdpijn gelegen. Na de dag meermaals als een film voor zijn geest te zien passeren viel hij in een rusteloze slaap, om vroeg in de ochtend wakker te worden en te merken dat zijn hoofdpijn nog steeds aanwezig was.

Hij nam de pijnstillers in die de dokter hem had voorgeschreven en ging naar de kazerne waar hij een rapport uitschreef over de interventie de dag ervoor. Zowel Jérome als hij waren naar beneden gevallen toen de vloer onder hun voeten wegzakte. Ze waren beiden goed terecht gekomen, maar twee tellen later was er een balk op Jérome terechtgekomen. Hij had nog geleefd daar was Frederic zeker van, en hij wist dat hij hem mee naar buiten moest krijgen omdat het hele huis op instorten stond. Maar toen ze in de ziekenwagen waren ging het met Jérome bergaf en tegen dat de ziekenwagen bijna bij het hospitaal was waren ze hem aan het reanimeren. Dit keer had hij wel behoefte om het aan iemand te kunnen vertellen, maar ze was er niet.

In de loop van de namiddag kwam de commandant terug van bij Janine. Hij vertelde hoe de uitvaart van Jérome er zou uit zien. Eén voor één gingen zij die wilden nog een keer bij Jérome langs. Zelf had Frederic daar niet veel behoefte aan en hij werd kortaangebonden toen Patrick erover aan zijn hoofd kwam zeuren. Wel besloot hij nog eens bij Fabienne langs te gaan. Jérome was per slot van rekening niet alleen zijn chef geweest maar ook zijn vriend. Omdat hij degene was die mee in brand had gezeten met Jérome was hij vrij van dienst gezet. En voor deze ene keer maakte hij er geen bezwaar tegen.

Toen hij bij Fabienne aankwam zag hij de wagens van Nicole en Emilie staan. Hij was blij dat Fabienne thuis was. Dat wilde allicht zeggen dat met de baby alles in orde was. Hij klopte op de deur en al vrij snel kwam Nicole openmaken. Zoals hij had verwacht, trof hij binnen Fabienne in tranen aan. Nicole zat bij Fabienne maar Emilie was niet te bespeuren. Frederic stond net op het punt om te vragen waar ze was, toen ze de woonkamer binnenkwam met de baby in haar armen. Hij kon aan haar ogen zien dat ze moe was. Waarschijnlijk had ze net zo slecht geslapen als hij. Ze glimlachte waterachtig naar hem en knikte. Dit was waarschijnlijk voor het eerst dat hij niet wist wat hij moest doen. Het liefst had hij haar vastgepakt en al haar zorgen weggekust. Maar hij was slim genoeg om te weten dat dat niet de juiste zet zou zijn. Dus knikte hij terug en ging vervolgens bij Fabienne zitten. Ze spraken een tijdje over wat er juist gebeurd was tijdens de interventie. Het leek Fabienne te troosten dat Jérome niet alleen was geweest, en Frederic was blij dat hij gekomen was. Toen hij een uur later door ging kwam Emilie, nog steeds met de baby in haar armen, achter hem aan. ‘Hoe gaat het met je?’ Ze stelde de meest voor de hand liggende vraag, maar hij was haar er heel dankbaar voor. ‘Niet goed, ik vind het verschrikkelijk van Jérome. Hij was mijn beste vriend. Ondertussen lijkt het wel alsof er iemand met een hamer op mijn hoofd aan het slaan is.’ Ze keek hem bezorgd aan. ‘Heb je geen pijnstillers gekregen dan?’ Het kon niet anders dan dat ze er mooi uitzag met die baby in haar armen. Waarom was hem dat niet eerder opgevallen? ‘Jawel, maar ze helpen niet erg veel.’ Emilie stond zachtjes heen en weer te wiegen. ‘Je hebt slaap nodig met een hersenschudding Frederic.’ Hij keek haar recht in de ogen nu. ‘Heb jij dan kunnen slapen Emilie?’ Ze antwoordde niet, maar schudde enkel met haar hoofd en hij zag haar ogen vochtig worden. Frederic kon zichzelf wel voor de kop slaan. Van alle dingen die hij had kunnen zeggen… ‘Ik zie je morgen op de begrafenis Frederic.’ Hierop draaide ze zich om en ging weer naar binnen.