Hoofdstuk 12 (pag. 105-112)

ZIJ

 

Emilie kon zien dat hij bewust niet naar haar keek. Het kwetste haar een beetje, maar ze wilde aan de andere kant ook niet dat hij de tranen op haar gezicht zou zien. Ze bleef nog een hele poos zo staan staren in het donker totdat de sirenes in de verte niet meer te horen waren. Haar gedachten gingen naar alle gevaren waar hij voor kon komen te staan en ze wist dat ze zichzelf gek zou maken van angst als ze zo verder deed. Ze draaide zich om en zag dat ze niet de enige was die op de parking stond. Verschillende vrouwen stonden daar net zo in het donker te staren als zij had gedaan. Langzaam kwamen ze weer bij hun positieven en berispten ze zichzelf voor hun sombere gedachtegang. Fabienne stak haar hand op naar haar alvorens ze in de auto stapte. Ze passeerde Emilie en liet haar raampje zakken. ‘Ik haat het als hij moet uitrukken wanneer ik hier ben!’ Emilie zag hoe Fabienne ondertussen over haar dikke buik wreef. ‘Maar geen nood Emilie, morgen zijn ze weer thuis.’ Haar raampje ging weer omhoog en ze reed de parking af. Zelf ging Emilie eerst op alle knopjes in de SUV drukken totdat ze de zoeklichten bovenop het dak gevonden had. Ze reed naar het dorp om vandaaruit aan de klim te beginnen. De zoeklichten waren fantastisch! Ze beschenen de volledige breedte van de weg. Dat moest ze op haar volgende wagen ook hebben! De wegen in Frankrijk waren aarddonker. Volgens Emilie was het een wonder dat er niet vaker een auto-ongeluk gebeurde.

Emilie parkeerde de wagen voor het huis en ging naar binnen. Ze begon zich vreemd genoeg thuis te voelen hier. Geschrokken van die gedachte besloot ze om werk te maken van een eigen plek. Ze nam weer het t-shirt van Frederic en trok het aan voor ze in bed kroop. Hoe kon je iemand die je zo kort kende missen? Hoe snel kon je van iemand gaan houden? Ze viel in slaap nog voor ze de vragen had kunnen beantwoorden.

 

HIJ

 

Hij had Jérome gevraagd om bij de bakker in het dorp te stoppen. Ze zou geen ontbijtgranen moeten eten vandaag. Het had tot vier uur in de ochtend geduurd voordat ze terug in de kazerne waren. In een naburige gemeente was een rijhuis in vlammen op gegaan. Ze hadden geluk gehad dat er geen mistralwind was want anders hadden ze de aanpalende huizen niet kunnen redden. Iedereen was kapot, maar tevreden dat er geen slachtoffers waren gevallen. En zo was voor Frederic de ramp van de nacht ervoor gepasseerd alsof het niets was. Hij ging zijn huis binnen met de opkomende zon die zijn rug bescheen. Binnen was alles nog stil en zijn horloge gaf half zeven aan. Hij deed het licht in de woonkamer aan en zag dat er voorjaarsbloemen op de tafel in een vaas stonden. Toen hij doorliep naar de keuken zag hij daar een schaal met vers fruit staan. Hij trok de koelkast open en stelde tot zijn verbazing vast dat deze uitpuilde met verse groenten en andere etenswaren. Hij wilde de koffie uit de kast nemen maar toen hij de kast opentrok zag hij dat er naast ontbijtgranen en koffie een heel gamma producten in zijn kast stonden zodat hij naar de koffie moest zoeken. Toen Nicole hem vertelde dat Emilie was gaan boodschappen doen had ze niet overdreven. Zijn huis rook anders en voelde anders aan. Het leek op de een of andere manier huiselijker. Hij liet alles voor wat het was en ging naar de slaapkamer. Ze lag in zijn bed en was nog diep in slaap. Over de leuning van zijn stoel hing het kleed dat ze gisterenavond had gedragen. Ze had er prachtig uit gezien! De dieprode kleur paste prima bij haar bruine haar vond hij. Haar pyjama lag netjes opgevouwen op de zitting van de stoel. Hij vroeg zich af wat ze dan aanhad om te slapen. Om zijn nieuwsgierigheid te stillen liep hij op het bed af en tilde het dekbed een beetje op. Frederic herkende zijn t-shirt en hij kon een glimlach niet onderdrukken. Nog steeds stond hij te twijfelen of hij haar al dan niet zou wekken toen ze zich omdraaide en slaperig haar ogen naar hem opsloeg. De hele nacht had hij zich afgevraagd wat hij tegen haar moest zeggen na zijn plotse vertrek van de avond ervoor. Maar nu ze naar hem keek kon hij geen woord uitbrengen. Ze wenkte hem en sloeg het bed aan zijn kant open, en volledig aangekleed kroop hij naast haar en hield hij haar zwijgend in zijn armen. Net toen hij begon te denken dat ze weer in slaap was gevallen voelde hij hoe ze zijn shirt uit zijn broek begon te trekken. Hij tilde haar kin op en keek haar in de ogen. ‘Ik dacht dat je boos op me zou zijn.’ Hij vreesde het antwoord dat hij ging krijgen, maar wilde hier eerst over praten voor ze verder gingen. ‘Ik was niet boos, het is je werk. Maar ik was verdrietig en bang.’ Hij nam haar gezicht in zijn handen en kuste haar zacht. ‘Ik wilde je niet verdrietig maken liefje. Maar ik kon niet naar je kijken omdat ik wist wat er in je ogen ging staan. Emilie, ik kan mijn werk niet doen als ik aan jou moet denken. Ik moet me kunnen concentreren wanneer we uitrijden. Ik hoop dat je me een beetje kan begrijpen.’ Emilie knikte tot zijn verbazing. Ze kroop tegen hem aan. ‘Ik snap wel wat je wil zeggen, maar je moet mij ook begrijpen. Ik ben bang om je te verliezen Frederic. En ik weet dat ik niet de enige ben, want samen met mij stonden er gisteren verschillende vrouwen op de parking. Maar misschien kunnen zij hun gevoelens beter verstoppen dan dat ik dat kan.’ Frederic had veel bewondering voor haar omdat ze zo eerlijk tegen hem was. Het was niet de eerste keer dat hem dat opviel. Ze was eerlijk en niet bang om haar gevoelens met hem te delen. ‘Ik wil niet dat je je gevoelens voor mij verstopt Emilie. En ik weet heel goed hoe het komt dat je zo bang bent. Maar vergeet niet dat ik je heb beloofd dat ik je niet alleen laat.’ Hij liet zijn handen dwalen over haar rug en ging met zijn vingers door haar haren. Emilie sloot haar ogen en zuchtte, terwijl ze zelf niet wist hoe verleidelijk ze dat deed. Ze was puur en hij hield van haar! Ze bedreven de liefde met elkaar en werden één in hart en ziel. Een betere manier om hun gevoelens kenbaar te maken bestond er niet.

Nadien lagen ze dicht tegen elkaar na te genieten van de warmte van elkanders lichaam. ‘Moeten we nog een pyjama voor je kopen?’ Hij fluisterde het in haar oor en voelde hoe er een rilling van genot over haar rug liep. ‘Nicole heeft een pyjama voor me meegebracht, maar eerlijk gezegd slaap ik liever in jouw t-shirt als jij er niet bent. Vind je dat erg?’ Frederic moest lachen om haar vraag. Hij draaide een verdwaalde lok van haar haar rond zijn vingers en stak het achter haar oor voor hij uit bed stapte. ‘Als jij beter slaapt met mijn shirt, dan draag je dat maar. Het staat je erg goed trouwens, veel beter dat die pyjama als je het mij vraagt!’ Hij knipoogde naar haar en die lieflijke blos waar hij zo van was gaan houden kwam tevoorschijn. ‘Nu ga ik je ontbijt maken, zodat je bij Nicole niet om koffie hoeft te gaan smeken.’ Terwijl hij in de keuken bezig was hoorde hij de douche lopen en hij moest zichzelf tegen houden om niet naar haar toe te gaan. Maar hij wilde niet dat ze te laat zou komen op haar werk. En hij was de komende dagen thuis om haar te verwennen. Enige tijd later kwam ze de keuken binnengewandeld in een jeans die perfect om haar billen spande. Er was dringend cafeïne nodig om zijn verstand weer op een rij te krijgen. ‘Frederic, ik moet stilaan naar een wagen en een appartement gaan kijken. Wil je met me mee gaan kijken deze middag?’ Hij was een beetje verrast. De auto, daar wist hij al van, maar het idee dat ze zou weggaan stond hem tegen. ‘Ik wist niet dat je ook naar een appartement ging kijken?’ Emilie keek hem aan en hij zag een schuldgevoel over haar neerdalen. ‘Ik kan toch niet hier blijven. Het is jouw huis en ik heb niet de indruk dat er hier veel logés komen. Wanneer jij moet werken kan ik hier toch niet zitten in jouw huis?’ Zijn honger was als sneeuw voor de zon verdwenen. ‘Emilie, ik vind het heerlijk om thuis te komen en jou in mijn bed te vinden. Jij bent geen logé in mijn huis. Om eerlijk te zijn heeft het er hier nog nooit zo gezellig uitgezien. Ik zweer dat er ook nog nooit bloemen op de tafel hebben gestaan, maar ik vind dat ze er alle dagen mogen staan. Wetende dat jij hier was vond ik een heel prettige gedachte terwijl ik aan het werken was.’ Hij stopte want hij zag tranen in haar ogen opwellen en hij had geen flauw idee wat hij verkeerd gezegd had. ‘Ik kwam gisterenavond thuis en ik had echt het gevoel dat dit mijn thuis was. Daarom dacht ik dat het tijd was om een eigen plek te zoeken.’ Hij lachte en zette haar een bord met croissants en chocoladebroodjes voor. ‘Dus even voor de duidelijkheid, jij voelt je hier thuis en daarom wil je ergens anders gaan wonen? Emilie, ik weet dat we elkaar nog veel beter moeten leren kennen, maar dat kunnen we toch ook terwijl je hier bent. En moest het écht niet lukken dan kan je nog altijd naar een appartement gaan kijken.’ Ze bloosde en lachte hem schaapachtig toe. ‘Als je het zo zegt klinkt het inderdaad nogal stom ja. Maar ik had geen idee hoe jij er over dacht.’ Hij zette voor hen beiden koffie en zette die op tafel.  ‘Ik zou het leuk vinden als je bleef liefje. Maar we zullen wel naar een andere wagen voor jou gaan kijken.’ Ze ontbeten samen en hij was blij dat ze niet wegging. Het huis zou erg leeg aanvoelen zonder haar. Het feit dat zijn mening daarover op een paar dagen tijd was veranderd, was enigszins verwarrend. Twee weken geleden had hij er nog niet aan gedacht dat er iemand anders in zijn huis zou wonen. Maar nu... zijn hele leven was veranderd. En voor het eerst begreep hij zijn collega’s die hem al jaren voorhielden dat hij iets miste in zijn leven. Frederic was erachter wat hij had gemist. Emilie.