Hoofdstuk 11 (pag. 97-104)

ZIJ

 

Ze reed met zijn wagen in de richting van het dorp. Frederic had zich blijkbaar weer beter gevoeld, maar ze betwijfelde of hij het al achter zich kon laten. Die ochtend had hij er zo kwetsbaar uitgezien! Van de stoere brandweerman viel niets meer te bespeuren. Patrick had haar gezegd dat hij het al eens eerder had meegemaakt. Ze kon er niet bij dat iemand zich bewust wilde blootstellen aan gevaar, maar nog minder dat hij er na zo’n drama weer naar toe wilde gaan. Ze had geen idee of Frederic er nog met haar over zou praten. Hij had, nadat hij was wakker geworden, er in ieder geval voor gezorgd dat ze er niet over kon beginnen. Zijn kussen hadden haar inderdaad afgeleid, maar nu ze weer alleen was begonnen haar hersenen weer op volle toeren te draaien. Hij had haar ook gezegd dat hij van haar hield. Zou dat ook geweest zijn om haar af te leiden? Of meende hij het echt? Ze wilde dat ze met hem kon praten. De laatste dagen was haar leven op zijn kop komen te staan. Ze was bijna alles kwijt geraakt, maar had geleerd wat het was om lief te hebben. Maar vooral hoe het voelde wanneer iemand haar lief had. Dat alles was nog geen week geleden. Ze vroeg zich af of het niet allemaal een beetje te snel was gegaan. Misschien was alles tussen hen wat rustiger gelopen als haar chalet niet was afgebrand. Morgen zou ze moeten gaan kijken naar een eigen plek. En misschien sliep ze beter, als ze in haar eigen bed lag, wanneer hij gaan werken was. Nadat ze de wagen geparkeerd had ging ze de praktijk binnen. Twee uur aan een stuk beantwoordde ze de telefoon, maakte afspraken en gaf hier en daar al een klein advies in afwachting van een afspraak. Toen ze om vijf uur de deur achter zich dicht trok vroeg ze zich af hoe het met Frederic zou zijn. Ze reed de helling van de Ventoux op en was verbaasd over het gemak waarmee zijn auto dat deed.  Bij zijn huis gekomen nam ze snel een douche en deed een donkerrode jurk aan die tot halverwege haar kuiten kwam. De jurk had een strak lijfje en de rok ervan waaierde breed uit. Na nog een beetje make-up en een vleugje van haar nieuwe parfum dat ze gekocht had, liep ze de deur weer uit om met zijn wagen de weg te hervatten naar de kazerne. Ze was een beetje zenuwachtig wanneer ze naar beneden reed. De zon begon al te zakken en wanneer ze later die avond terug zou rijden, zou het pikdonker zijn. Misschien was het beter om straks naar huis te wandelen, stel je voor dat ze zijn wagen in de berm reed…

Het was veel rustiger op de parking voor de kazerne nu. Er waren nog enkele mannen met de laatste opruimwerken bezig. Ze zag Jérome staan praten met iemand die ze nog niet eerder gezien had. Toen hij Emilie zag stak hij zijn hand op en deed teken dat ze naar binnen kon gaan, maar zette daarop meteen zijn gesprek verder. Emilie ging de grote garage binnen en zag dat alles weer klaar stond om uit te rukken. Ze had geen idee waar het etentje door zou gaan en besloot af te gaan op het kabaal dat ze hoorde achterin de gang. Toen ze langs Patricks post liep, werd ze door hem binnen geroepen. Na een vriendelijke begroeting vroeg hij haar of ze even wilde gaan zitten. Meteen ongerust deed Emilie wat haar gevraagd werd. ‘Ik wilde je bedanken voor deze ochtend. Ik weet niet wat je hem gezegd hebt, maar het heeft gewerkt.’ Ze keek Patrick bedenkelijk aan. ‘Ik heb helemaal niets gezegd. Het enige wat ik gedaan heb is hem vastgehouden, en zo is hij in slaap gevallen. Al heeft hij wel gedroomd. Maar ik weet niet of hij zich dat herinnert.’ Emilie kreeg het vermoeden dat de mannen niet alleen naar Patrick kwamen om een schram te laten verzorgen. ‘De mannen komen bij jou na een zware opdracht, is het niet?’ Hij knikte naar haar en bevestigde daarmee haar vermoeden. ‘Dat, en ik hoor ook bij het team als ambulancier. Op het ogenblik hebben we een tekort aan ambulanciers, daarom val ik in. Maar normaal ben ik de eerste opvang na een interventie. Alleen geeft Frederic zich niet zo gemakkelijk bloot. Hij praat niet graag over die dingen. En meestal lukt het hem op de één of andere manier wel om er mee om te gaan. Maar vandaag was het anders. Als hij twee extra minuten had gehad, dan had hij het kind kunnen redden, maar dat was jammer genoeg niet het geval. En een kind in de brand moeten laten is zwaar, voor sommigen zelfs te zwaar. Maar zoals ik al zei daarnet, het lijkt alsof hij er weer wat bovenop is.’

Wanneer Emilie later doorliep op zoek naar de eetzaal, dacht ze na over de dingen die Patrick haar net had verteld. Ze kwam langs de kamer waar ze eerder die week de biljart had zien staan en bleef staan toen ze hem daar ontspannen met een keu in de handen zag staan. Haar hart maakte een sprongetje en in haar buik vlogen wel twintig vlinders rond. Enkele collega’s keken naar haar en dus draaide hij zijn hoofd en keek blij verrast toen hij haar zag staan. Hij bekeek haar van kop tot teen en floot tussen zijn tanden. Zijn collega’s gaven commentaar, maar daar trok hij zich niks van aan. Hij zette zijn keu tegen de muur en ging vlak voor haar staan. Heel traag zette hij zijn lippen op de hare en kuste haar vol vuur. Er werd gefloten en geapplaudisseerd. Maar ook dat leek hem niet te deren, hij leek alleen maar oog te hebben voor haar. Zijn mond ging naar haar oor en hij fluisterde zachtjes: ‘Je ziet er prachtig uit deze avond!’ Daarop draaide hij zich om en vertelde zijn collega’s dat ze verder mochten spelen zonder hem. Emilie voelde hoe zijn hand de hare vast nam en haar meenam naar een zaaltje dat duidelijk de eetzaal moest zijn. In de keuken, die geïntegreerd was in de eetzaal, waren enkele mannen aan het werk. Emilie keek toe hoe ze vlot en vakkundig groenten stonden te snijden terwijl anderen de tafel aan het dekken waren. ‘Heb je zin om even mee met me naar buiten te gaan?’ Hij wachtte niet echt op een antwoord en ging terug met haar de gang door en de garage uit. De zon was al gezakt en de koelte van de avond verraste haar een beetje. Ze had geen vestje meegenomen en besefte dat dat de tweede keer was dat ze zich liet verrassen door het weer. Hij ging zitten op een picknickbank en wachtte tot ze naast hem zat. ‘Ik besefte net dat ik je nog niet naar je werk heb gevraagd. Is het meegevallen?’ Ze vertelde hem hoe goed het klikte tussen Nicole en haarzelf en hoe de dorpelingen waren langs gekomen met hun eigen producten. ‘Wist je, dat je hele koelkast vol met groenten en fruit zit? De mensen die kennis met me kwamen maken brachten bijna allemaal iets mee!’ Hij zag er ontspannen uit en luisterde met volle aandacht naar haar verhalen over haar twee dagen zonder hem. Af en toe zaten ze samen te lachen om haar oorlog met zijn koffiemachine. ‘Ik zweer je het dat het eigenlijk heel simpel is. Maar ik vind het vooral zonde dat je de dag moet starten zonder goede koffie. Geloof me, ik weet wat je doormaakt, want de koffie hier is ook niet zo best.’ Weer zaten ze te lachen. Het leek wel alsof ze elkaar een lange tijd niet gesproken hadden. ‘Frederic, gaat het nu beter met je?’ Zo, ze had het hem gevraagd. Emilie had er de hele dag over lopen piekeren, maar ze wilde het gewoon zeker weten. ‘Emilie, ik praat daar eigenlijk niet graag over. Ik kan je moeilijk uitleggen hoe het voelt… Het was zo fantastisch dat je gekomen bent deze ochtend! Maar nu wil ik gewoon een gezellige avond hebben met jou.’ Ze was een beetje geschrokken door zijn antwoord en moest even nadenken over wat ze zou zeggen. ‘Ik wil ook een leuke avond met jou. En je hoeft ook helemaal niet met me te praten. Maar ik ben bezorgd om jou, en wil gewoon weten of het beter met je gaat.’ Ze hoopte maar dat hij hier niet boos om zou worden. Hij keek haar aan met opgetrokken wenkbrauwen en een rimpel op zijn voorhoofd. ‘Je bent nog erger dan mijn zus, wist je dat?’ Gelukkig volgde hierop een knipoog en wist ze dat hij een grapje maakte. ‘Maar ik kan wel snappen dat je ongerust bent, denk ik. Als het andersom was zou ik ook bezorgd zijn om jou. En om je vraag te beantwoorden, ik voel me inderdaad wat beter.’ Emilie dacht na over zijn antwoord. Waarschijnlijk zei hij dat nu om haar gerust te stellen en om naar een ander onderwerp te kunnen overgaan. ‘Niet droevig kijken liefje. Geloof me, als er iemand is met wie ik zou praten, dan ben jij het.’ Emilie keek hem dapper aan. ‘Ik kijk niet droevig.’ Hij nam haar kin in zijn handen en draaide haar gezicht naar het zijne toe. Zijn mondhoek ging omhoog. Het was duidelijk dat hij probeerde om niet te lachen. ‘Oh jawel, geloof me, jouw emoties staan op je gezicht te lezen. En het feit dat ik me al een beetje beter voel, heb ik aan jou te danken.’ Ze was hem dankbaar, omdat ze voelde dat hij eerlijk was en zich niet stoer probeerde voor te doen. ‘Oké, ik ben dus een open boek. Is dat goed of slecht denk je?’ Hij kuste haar op het puntje van haar neus. Er gingen rillingen tot in haar tenen. ‘Ik vind dat een heel goede eigenschap zelfs! Ik zie dat je het koud krijgt, laat ons maar naar binnen gaan.’ Ze stonden recht en Emilie streek haar jurk glad. ‘Ik mis je Frederic.’ Ze voelde hoe hij zijn arm om haar heen legde. ‘Ik mis jou ook liefje. Morgenvroeg kom ik thuis en maak ik een ontbijt voor jou klaar. Met koffie! Wat denk je daarvan?’ Ze slenterden over de parking die nu veel voller stond dan wanneer ze was toegekomen. ‘Dat klinkt heerlijk!’

 

HIJ

 

Toen ze weer in de eetzaal kwamen, zaten de meeste mannen met hun vrouwen naast hen aan tafel. Frederic stelde Emilie aan iedereen die ze nog niet kende voor. Daarna zagen ze dat Jérome en Fabienne plaats voor hen hadden vrijgehouden. Ze gingen zitten terwijl enkele mannen van de andere teams de laatste hand aan de maaltijd legden. Frederic legde haar uit dat, aangezien zij nog steeds van wacht waren, ze dit jaar niet mee hoefden te werken in de keuken. Al hoopte hij uit de grond van zijn hart dat er deze avond geen oproep binnen kwam, want hij wist niet goed hoe Emilie daar mee om zou gaan. Ze had er droevig uitgezien toen hij haar had verteld dat hij niet zo graag praatte over de dingen die hij hier meemaakte. Maar ze zou moeten begrijpen dat het anders niet mogelijk zou zijn om zijn werk te doen. Hij kon niet blijven hangen bij één voorval, hij moest verder kunnen gaan. Haar lichaam tegen het zijne voelen was voldoende geweest om weer een beetje normaal te functioneren vandaag.

Het werd een heel gezellige avond. Het eten was heerlijk en ze hadden de hele avond zitten lachen. Fabienne vertelde hoe zenuwachtig Jérome werd naarmate de bevallingsdatum dichterbij kwam. En Jérome op zijn beurt maakte grapjes over hoe Fabienne duidelijk in haar nestfase gekomen was. Toen er iemand vroeg naar de manier waarop Emilie Frederic had leren kennen, liet hij haar het woord voeren. Wetende dat hij er nog eindeloos mee geplaagd zou worden door de mannen. Toen het gesprek weer over wat anders ging, keek ze hem aan en vertelde ze hem dat ze een beetje bang was om de eerste kilometers van de Ventoux te doen met zijn wagen. ‘Het is te donker op de weg, ik ga in de berm geraken vrees ik.’ Hij moest lachen om de uitdrukking op haar gezicht.‘ Er staan zoeklichten boven op het dak, ik zal je straks tonen hoe je die aan zet. Als je die gebruikt zal je echt niet in de berm geraken.’ Ze knikte hem dankbaar toe. Na even te hebben nagedacht zei ze :‘Ik zal een eigen wagen moeten kopen. Ken jij misschien een goede handelaar.’ Hij was niet verbaasd dat ze dat van plan was. Het was het meest logische om te doen nu haar eigen wagen in de vlammen was gebleven. ‘Als je wil kunnen we morgen na je werk gaan rondkijken.’ Toen de avond op zijn einde liep stak iedereen een handje toe bij het opruimen van de eetzaal en de afwas in de keuken. Nadien ging hij met Emilie mee tot bij zijn wagen. Hij ging met zijn vingers door haar haar en ze liet haar voorhoofd tegen zijn schouder leunen. Ze zei niets en bleef zo staan, ze had duidelijk geen zin om door te gaan. ‘Ik ben thuis wanneer jij wakker wordt liefje.’ Ze knikte wel maar bleef nog steeds zo staan. Frederic nam haar gezicht tussen zijn handen en kuste haar heel teder. Ze smaakte zoet en hij moest moeite doen om hun kus af te breken. En net toen hij zag dat ze haar ogen naar hem opsloeg galmde de bel in de kazerne.

Frederic kuste haar snel op haar voorhoofd en rende naar binnen om nog geen minuut later met drie wagens weer buiten te rijden. Hij wist dat ze er nog zou staan, hij kon haar ogen op hem bijna voelen. Maar hij kon niet naar haar kijken, bang voor de angst die hij in haar ogen zou zien staan.