Hoofdstuk 1 (pag. 1-12)

ZIJ

 

Na wat eindeloze kilometers leken zag Emilie haar einddoel voor zich. De verkeersborden vermeldden eindelijk het dorpje Malaucène. Hier had ze haar jaarlijkse zomervakantie met haar ouders doorgebracht. Maar na de dood van haar vader wilde haar moeder niet meer van huis weg. Zo was er voor Emilie een eind gekomen aan de geur van de Provence die zo eigen was aan deze streek. Drie jaar na de dood van haar vader was ook haar moeder overleden. Kanker had een tweede keer haar rustige leventje overhoop gegooid. Helemaal alleen bleef ze achter. Geen broers of zussen, enkel een tante die ze jaren niet had gezien tot het moment daar was dat de erfenis ter sprake kwam. Gelukkig was het weerzien met een geldbeluste tante dus zeker niet geweest. En het afscheid was nog grimmiger geworden toen bleek dat volgens de wet alles naar de kinderen ging. Niet dat haar ouders zo rijk waren geweest. Maar ze hadden hard gewerkt in hun leven en zoveel mogelijk opzij gezet om tijdens hun pensioen te kunnen profiteren van het leven. Zover was het dus nooit mogen komen…

Nu, op het eenzaamste moment van haar leven, had ze thuis alles achtergelaten. De enige plek om tot zichzelf te komen leek daar te zijn waar ze samen met haar ouders de mooiste tijden van haar leven had doorgebracht. Dit leek haar de ideale plek waar ze kon nadenken over wat ze wilde doen met haar leven. De paar vriendinnen die ze nog had vanuit haar studententijd hadden het een vlucht genoemd. Ze hadden zich zeer bezorgd afgevraagd of dit wel een verstandige zet was… Voor Emilie leek dit het meest logische wat ze nu kon doen. Rust zoeken en de zorgen en stress van de afgelopen jaren proberen los te laten.

Eerst had ze, weliswaar samen met haar moeder, voor haar vader gezorgd. Kort daarop werd haar moeder ziek. Helemaal alleen had ze voor haar gezorgd. Haar vader was in het hospitaal overleden en dat vond haar moeder een verschrikkelijke gedachte. Dus had Emilie er voor gezorgd dat haar moeder thuis kon blijven. Ze was gestopt met haar studies en was thuisgebleven om zelf voor haar moeder te zorgen. Na de begrafenis had ze het appartement van haar ouders verkocht en de meubels opgeslagen in een garage die ze vrij goedkoop kon huren. De meest persoonlijke spullen, foto’s en enkele persoonlijke aandenkens, had ze ingepakt en in dozen op de achterbank van de wagen gezet. In haar kleine kofferbak pasten net twee koffers. Maar daar hield de verhuislading mee op. Meer had ze niet nodig voor een nieuwe start. Alles wat ze van huisraad nodig had was aanwezig op haar bestemming. Aan comfort was daar zeker geen gebrek geweest! Dat kon ze zich nog goed herinneren van vroeger.      

Ze reed over de D538 en reed zo van het ene dorpje in het andere. Na ieder dorp ontplooide zich een prachtige natuur, een heuvelachtig landschap, waar de wijnranken afgewisseld werden door lavendelvelden. De lavendel stond weliswaar nog niet in bloei, maar daar zou weldra verandering in komen. De lente kwam hier sneller dan in het noorden, en de zon liet zich sneller voelen. Ze begon zich stilaan te ontspannen terwijl ze genoot van de pracht van de natuur. Toegegeven ze was hier enkel in de zomers geweest, maar vandaag was het beslist een mooie dag voor de maand april! Ze keek uit naar het einde van haar rit. En ze betrapte zichzelf dat ze zat te glimlachen achter het stuur. Voor het eerst in wat een eeuwigheid leek voelde ze zich een beetje ontspannen. Als ze niet aan het stuur had gezeten had ze wellicht de drang niet kunnen weerstaan om met haar voet op de maat van de muziek te bewegen. Ze dacht aan haar eerste ‘petit café’ in jaren die ze bij aankomst zou gaan drinken. Het was net op dat moment dat ze voelde dat er iets mis was met de wagen.

Een lekke band! Ze stuurde de wagen naar een kleine grindweg die op de baan uitkwam. Hier zou tijdens de zuiderse middagrust niet veel verkeer langs komen. Aangezien de meeste mensen waarschijnlijk zaten te genieten van hun eerste terrasje van het seizoen, vermoedde ze dat ze nog lang zou kunnen wachten voor er hulp zou langskomen. Ze zette haar radio wat luider, liet de ramen zakken en ging aan het werk. Gelukkig wist ze zeer goed hoe ze een band moest vervangen. Haar vader had haar geleerd om haar mannetje te kunnen staan. Dat had er tot hiertoe altijd al voor gezorgd dat ze nog nooit afhankelijk was geweest van iemand anders en daar was ze haar vader al vaak dankbaar voor geweest. Voor ze aan het vervangen van de autoband kon beginnen moest ze eerst haar wagen leegmaken. Ze kon zo niet aan de krik om de auto omhoog te duwen en met al die bagage er in zou hij ook veel te zwaar geladen zijn om de hoogte in te krijgen. ‘Gelukkig heb ik een short en T-shirt aangetrokken deze ochtend. En niet het toffe jurkje dat ik eerst in gedachten had.’ mompelde ze tegen zichzelf. Ze begon zachtjes mee te wiegen op de maat van de muziek. Ze haalde de kofferbak leeg en zette al haar bagage op de grindweg. Vakkundig plaatste ze de krik en begon aan de hendel te draaien. Haar kleine autootje ging langzaam de hoogte in. Tevreden over zichzelf begon ze mee te zingen met de muziek. Ze had heel bewust gekozen om haar usb stick te vullen met opbeurende muziek. En Footloose voldeed hier in alle opzichten aan!

HIJ

 

Dit was wel het laatste wat hij verwachtte toen hij het inspectieklusje op zich had genomen. Met een geamuseerde blik bekeek hij het schouwspel dat zich voor zijn ogen afspeelde. Hoe lang was het ook al weer geleden dat hij die plaat van Footloose had gehoord?         

Niemand van de eenheid zat te wachten om de brandbeveiliging op de wijngaarden na te kijken. Veel liever gingen ze op pad bij een brandmelding. Ze zaten er als het ware op te wachten. De adrenaline die dan vrij kwam kon een leek niet begrijpen. Dus was hij de watertank zelf komen checken samen met de leidingen die tussen de ranken door liepen. François was er zelf om komen vragen en dat kon Frederic hem nu eenmaal niet weigeren. De wijnboeren in deze streek keken meestal zelf hun brandbeveiliging na. De brandweer hield de bossen in het oog. Daar kwamen in het zuiden de meeste branden voor.  Vaak werd die dan veroorzaakt door mensen die, ondanks alle waarschuwingen, achteloos een sigarettenpeuk hadden weggegooid. François was een oude man die, wanneer hij niet tussen de wijnranken was, steevast in de ‘tabac’ van Malaucène te vinden was. Iedereen die daar woonde kende hem. Vroeger bezat hij veel grond op een half uur rijden van Malaucène. Nu had hij nog maar één wijngaard in deze buurt en die wilde hij graag verkopen. “Tijd om op pensioen te gaan.” had hij tegen Frederic gezegd. Frederic kende de man al jaren en wilde hem beslist een pleziertje doen met deze inspectie. Nu bleek het nog heel goed voor hem uit te pakken ook.

Het schouwspel was begonnen met wiegende heupen. Mooi gevormde heupen, verbeterde hij zichzelf! Maar wat als wiegen was begonnen ging al snel over in iets wat hem sterk op dansen leek. Met zijn drieëndertig jaar was Frederic reeds een vaste waarde bij de plaatselijke brandweer. In die hoedanigheid was hij ook al een paar keer in de lokale discotheek geweest, maar de dansvloer had hij altijd gemeden. Niet dat hij er niets van zou bakken, dansen was gewoon zijn ding niet, maar met wat er zich voor zijn neus afspeelde begon hij daar zelfs sterk aan te twijfelen. Toch was het niet alleen daarvoor dat hij bewondering had. Hij kende tot hiertoe geen enkele vrouw die er zelfs nog maar aan zou denken om zelf met een lekke band aan de slag te gaan. De vrouw die daar voor zijn neus stond te dansen, overduidelijk een vroegtijdige toerist, had de volledige inhoud van haar kofferbak op de weg uitgestald. Om daarna als een volleerde mekanieker aan de klus te beginnen. Terwijl ze met haar rug naar hem toe stond ging ze zeer vakkundig te werk. Maar hoe mooi het uitzicht ook was, hij kon niet met zijn handen in zijn zakken blijven toekijken. Hij moest er niet aan denken dat zijn eigen zus langs de kant van de weg zou staan zonder dat er iemand hulp zou aanbieden. Al was hij er zeker van dat zijn zus deze klus niet zelf zou kunnen klaren. Hij wandelde tussen de laatste wijnranken door en stapte op het grind van de zijweg. Door het geluid van het grind onder zijn schoenen werd de vrouw in ieder geval niet afgeleid. Het was overduidelijk dat ze helemaal opging in haar werk en misschien ging ze ook wel op in de muziek. Terwijl ze, met alle macht die ze in zich had, probeerde om de bouten van haar wiel los te krijgen. Hij kwam nog wat dichterbij en probeerde boven de muziek uit te komen toen hij vroeg : ‘Kan ik misschien helpen? ’ Geschrokken veerde ze recht en draaide zich vervolgens zo snel om dat ze haar evenwicht verloor. Voor hij wist wat er gebeurde lag ze in zijn armen. Verbaasd keek ze hem aan terwijl ze probeerde om haar evenwicht terug te vinden.

 ‘O, u doet me enorm schrikken meneer! Het spijt me, ik was zo druk bezig…’ Ze begon te blozen toen ze dacht aan wat hij gezien moest hebben. Misschien was ze wel wat te veel in de muziek opgegaan. Hij trok een wenkbrauw op en zijn rechter mondhoek ging hierbij omhoog. Hij kon de pret in zijn ogen niet verstoppen. ‘Dat was me al opgevallen’ antwoordde hij geamuseerd. Er ging een blik van schaamte over haar gezicht. Om zich een houding te geven zag hij haar de weg en de wijnakker afspeuren om te kijken of er nog andere toeschouwers waren die haar dansje hadden kunnen zien. Nu hij haar wat beter kon bekijken, moest hij toegeven dat ze een zeer mooie verschijning was. Ze leek hem vooraan in de twintig en was zich in tegenstelling tot de meeste vrouwen niet bewust van haar schoonheid. ‘Puur’ was het woord dat in hem opkwam.

‘Ik vroeg me alleen af of ik je misschien kan helpen? Het lijkt me dat die bout goed is vastgezet’ Het leek hem het beste om haar wat op haar gemak te stellen. Haar ogen stonden eerder triest dan gelukkig. Wat niet te rijmen viel met de vrolijke vrouw die hij daarnet aan haar auto had zien werken. Iets klopte er niet. Meestal waren toeristen wel wat uitbundiger gestemd. ‘Dat is heel vriendelijk van u, maar ik moet gewoon nog een beetje meer kracht zetten.’ Ze moest er niet aan denken dat ze aan iemand hulp moest vragen. Ze had al voor hetere vuren gestaan. Dit moest haar ongetwijfeld ook lukken! En ze zou het zéker niet aan één of andere zuiderse macho vragen! ‘Oké, dan ga ik mijn gerief terug in de dienstwagen zetten. Moest het toch nodig zijn, kan je me ginds vinden.’ En hij wees naar het eind van de grindweg, waar ze een kleine rode bestelwagen zag staan. Toen pas viel haar zijn kledij op. Duidelijk een brandweerman!

Toen hij terug naar zijn wagen slenterde moest hij bekennen dat hij verbaasd  was dat ze zijn hulp zo maar had afgewezen. Ze had overduidelijk niet de nodige kracht om die moersleutel in beweging te krijgen. Maar ze had vrij koppig geweigerd. Lichtelijk geïrriteerd dat hij er zich überhaupt druk over maakte, beende hij naar z’n bestelwagen om zijn gerief terug in de laadruimte te zetten. Daarna zou het waarschijnlijk eindeloos wachten worden want met al haar bagage die op de grindweg stond, versperde ze hem de weg om weer op de rijbaan te komen.

Ondertussen deden alle spieren in haar armen pijn. Ze had het warm en het zweet stond intussen te blinken op haar voorhoofd. De krekels lieten van zich horen en de vroege lentezon brandde zoals ze in België op een hete zomerdag zelfs niet zou doen. Er was geen andere mogelijkheid… Ze kon niet anders dan haar trots opzij te zetten en hem te gaan vragen of hij haar alsnog wilde helpen. Ze hoopte maar dat hij hier niet over ging lopen opscheppen. Het was gelukkig niet ver lopen tot bij de bestelwagen. Toen ze daar echter aankwam was de man nergens te bespeuren. Hij had de wagen met de motorkap in haar richting geparkeerd. De wagen stond er schijnbaar verlaten bij. Emilie wilde net nog een klein stukje verder gaan toen ze hem hoorde praten. Ze moest toegeven dat zijn stem een kalmerend effect op haar had. Ze wandelde tot aan de achterkant van de bestelwagen en zag hem daar rustig zitten in de schaduw van de laadklep.  ‘Was je er zo van overtuigd dat ik die moersleutel niet in beweging ging krijgen, dat je dan maar bent blijven wachten?’ vroeg ze kregelig. Hij keek op en nam snel afscheid van degene waarmee hij aan het bellen was.

Hij schonk haar een brede glimlach die van oor tot oor reikte. ‘Ik wist zeker dat je die nooit ging loskrijgen, de wagen moet met zijn vier wielen op de grond staan als je de bouten losmaakt, maar ik ben niet blijven zitten tot jij dat ging toegeven. Ik kan hier niet weg omdat je de hele grindweg hebt geblokkeerd met je bagage.’ Terwijl hij dat zei stak hij zijn mobieltje weg en haalde twee flesjes bronwater uit de koelbox die achterin de laadbak stond. ‘Hier, je zal er ondertussen wel dorst van hebben gekregen.’ Emilie bekeek het flesje en bedacht wat ze zou doen. Ze besloot zijn aanbod aan te nemen. ‘Dank u, het is inderdaad warm, de hitte in de auto zal ondertussen al wel het kookpunt bereikt hebben, zelfs al staan alle raampjes open.’ Was ze nu écht zo aan het bazelen? Ze kon wel door de grond zakken van schaamte. Ze probeerde zijn prettig geamuseerde blik te negeren door het gesprek over een andere boeg te gooien. ‘Dus, de brandweer… Lijkt me boeiend’ Hij moest zich beheersen om niet te lachen om haar overduidelijk zenuwachtige gebrabbel. ‘Tja, het is een job zoals er zo veel zijn.’ Was zijn korte antwoord. Frederic moest toegeven dat hij haar gebrabbel wel charmant vond. Hij sprong van de laadbak en kwam met uitgestoken hand voor haar staan. ‘Frederic’ stelde hij zichzelf voor. ‘Dus ik neem aan dat je achteraf bekeken toch graag wat hulp had met je wagen?’ Ze nam zijn hand aan en merkte dat die een beetje ruw aanvoelde. ‘Eh, hallo, ik ben Emilie, en ja, ik moet toegeven dat het me niet gelukt is om de bout los te krijgen. Geen enkele trouwens, ik heb ze alle vier geprobeerd.’ bekende ze met lichte frustratie. ‘Geen probleem, dat is zo opgelost. Wist je trouwens dat het veel makkelijker gaat wanneer je met je voet je volle gewicht op de moersleutel zet. Hij bekeek haar even van kop tot teen en vervolgde ‘Al zou dat met jouw gewicht misschien niet zoveel verschil maken.’ Ze stond aan de grond genageld door de onbeschaamde opmerking over haar gewicht die hij net had gemaakt. Ze wist niet of ze het als kritiek of compliment moest opnemen. Toegegeven ze was zeven kilo kwijtgeraakt dit laatste jaar. Het had ook allemaal zo aan haar gevreten. De pijn die haar moeder moest doorstaan… Het was verschrikkelijk geweest om dat te moeten aanzien zonder er iets aan te kunnen veranderen. Hij zag de gepijnigde blik weer in haar ogen komen, als een schaduw die over haar zachte trekken viel.

‘Kom dan gaan we aan de slag!’ Dit gezegd zijnde draaide hij de dop weer op zijn flesje en stevende op haar auto af. Waarom in hemelsnaam moest hij net bij haar zijn manieren laten varen. Hij kon gewoon zien dat deze mooie Emilie niet vrij van zorgen was en dat er heel wat voor zou nodig zijn om haar weer te laten stralen. Niet dat het voor hem veel uitmaakte, ze zou snel genoeg haar reis weer verder kunnen zetten. Daarna zou hij haar waarschijnlijk nooit meer zien.

Ze moest bijna rennen om hem bij te houden. Zo snel beende hij naar haar wagen. Terwijl ze achter hem aan liep, zag ze op de zijkant van de bestelwagen “sapeurs-pompiers- Malaucène” staan. Brandweer Malaucène? Ze was toch zeker nog een eind van Malaucène af?

Toen ze bij haar auto kwam had hij de eerste moer al los gekregen. Terwijl ze toekeek kon ze zien dat deze Frederic een zeer getrainde brandweerman moest zijn. Emilie kon zich voorstellen dat veel vrouwen zich niet zouden schamen om hun ogen de kost te geven. Zelf moest ze er niet aan denken dat ze hem nog wel eens kon tegen komen in haar geliefde dorpje. 

‘Ben jij van Malaucène?’ Ze moest het gewoon zeker weten. ‘Ja, ik woon en werk daar. Waarom? Ken je dat dorp misschien?’ Hij keek haar aan terwijl hij met zijn t-shirt het zweet van zijn voorhoofd veegde. ’Ja daar ga ik naar toe. Vroeger gingen mijn ouders en ik er ieder jaar op vakantie. Ik ben er al in jaren niet meer geweest. Ik keek al uit naar mijn eerste terrasje tot mijn lekke band roet in het eten gooide.’ Daar ging ze weer. Terwijl Emilie weer zo zenuwachtig begon te ratelen verving hij haar wiel. Hij deed of het hem helemaal niet opviel dat ze stond te ratelen. Hij stond op en veegde de droge aarde van zijn broek. ‘Wel, je mag er zeker van zijn dat de terrasjes met zulk weer zullen klaarstaan wanneer je straks het dorp inrijdt. Ik zal je nog even helpen met je bagage en dan kan je het laatste stuk van je rit afwerken.’ ‘Dank je, ik ben bang dat ik hier zonder uw hulp nog lang had gestaan’ Ze stak haar hand uit voor het afscheid. Hij negeerde die nam haar vast en plantte op iedere wang een kus. Haar wangen voelden warm aan daar waar hij haar met zijn lippen had aangeraakt. ‘Zo doet men dat in Frankrijk zei hij met een glimlach. Ik vermoed, aan je accent te horen, dat je geen Française bent.’  Ze voelde zich als een puber met wiebelende benen. Hij bracht haar van haar stuk en daarvoor was ze beslist niet naar Frankrijk gereden. ’Klopt, ik kom uit België.’ antwoordde ze zonder verdere uitleg. ‘Alvast hartelijk bedankt voor je hulp Frederic.’ Hopelijk kon hij niet zien dat hij haar van haar stuk had gebracht. Hij deed haar kofferbak dicht en hield haar deur open om haar te laten instappen. Ze startte de motor en na nog een laatste blik in haar ogen deed hij een stap achteruit en liet haar vertrekken.